De boa Openbare ruimte heeft een breed pakket aan bevoegdheden waarmee het lokale veiligheidsbeleid gericht op de aanpak van overlast, kleine ergernissen en andere feiten die de leefbaarheid aantasten binnen de openbare ruimte, kan worden gehandhaafd. Toekomstige uitbreidingen van de domeinlijst dienen te voldoen aan de onderstaande cumulatieve criteria van het inzetcriterium.
Criteria met betrekking tot de afbakening van de te handhaven feiten die zich lenen voor de inzet van boa’s met het specialisme openbare ruimte:
Het te handhaven feit is aan te merken als overlast, verloedering of veiligheid voor zover dit laatste niet ziet op de openbare orde. Het gaat daarbij om overtredingen die de leefbaarheid aantasten en niet zien op de openbare orde.
Het te handhaven feit behelst geen duplicering van handhaving op grond van formele wetgeving.13Bijvoorbeeld het dealen van drugs wordt aangepakt op grond van de Opiumwet door de politie; het neveneffect – de overlast – kan door boa’s worden gehandhaafd
Criteria met betrekking tot de uitvoerbaarheid door boa’s met het specialisme openbare ruimte:
Het te handhaven feit betreft enkel die gevallen, waarbij geen sprake is van een te verwachten gevaarlijke, escalerende of gewelddadige setting (gevaarzetting).14De definitie gevaarzetting wordt toegelicht in het handelingsperspectief gevaarzetting, te vinden in Bijlage L van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar. Het handelingsperspectief is bedoeld voor alle partijen die onderdeel uitmaken van de lokale driehoek en boa’s zelf en fungeert als afwegingskader voor de werkgever bij de inzet van boa’s. Het handelingsperspectief is richtinggevend, omdat situaties in de praktijk verschillen door de specifieke context ter plaatse.
Het te handhaven feit is te constateren tijdens de surveillance van de boa (de boa dient aanwezig te zijn in de openbare ruimte).
Het te handhaven feit is in beginsel door eigen waarneming van de boa direct te constateren, niet zijnde uitsluitend waarnemingen door foto- en/of beeldmateriaal.
Het te handhaven feit is feitgecodeerd af te handelen. Voor zover het gaat om niet-feitgecodeerde zaken, gaat het om zaken die eenvoudig bewijsbaar zijn en niet zien op geweld, veelplegers, medepleging en/of aanzienlijke schade.
Het inzetcriterium betekent voor verkeershandhaving dat het te handhaven feit in de openbare ruimte enkel ongemotoriseerd rijdend verkeer betreft, tenzij het gaat om feiten vallend onder onderdeel 10 van Domein I van de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaren, te weten de artikelen 4, 5, 6, 8, 10, 28, 57, 60 en 82 RVV, en artikel 62 RVV juncto bijlage I, hoofdstukken C (geslotenverklaring) en D (rijrichting), RVV. Handhaving op het negeren van een C- of D-bord is toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht)auto’s, zoals de zogeheten milieuzones. Onder rijdend ongemotoriseerd verkeer worden rijdende voertuigen zónder kenteken verstaan.
Boa’s kunnen handhaven op de in onderdeel 10 van Domein I, derde paragraaf, van de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemde verkeersovertredingen, als in een gedeeld handhavingsarrangement de voorwaarden waaronder de handhaving zal plaatsvinden zijn besproken. Een handhavingsarrangement maakt inzichtelijk wanneer, door wie, met welk juridisch instrumentarium en met welke consequenties wordt opgetreden.
Een gemeente kan onder voorwaarden een particuliere functionaris inzetten ten behoeve van de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden. Alvorens gemeenten kunnen overgaan tot inhuur moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden.
Instemming van de lokale driehoek. Hierbij is van belang dat het toezicht op de ingehuurde boa geborgd kan worden (net als bij de ‘reguliere’ boa).
Inbedding in het lokale veiligheidsbeleid.
Herkenbaarheid van de ingehuurde boa als ambtenaar van de gemeente. Hierbij mogen geen tot de particuliere instantie waarvan de gemeente de functionaris inhuurt herleidbare kenmerken zichtbaar gedragen worden.
De ingehuurde boa heeft maximaal de beschikking over de politiebevoegdheden als bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en over handboeien.
De ingehuurde boa met opsporingsbevoegdheid heeft geen toegang tot politie- en/of opsporingssystemen.
Een ingehuurde boa mag geen werkzaamheden verrichten voor een beveiligingsorganisatie of recherchebureau of een beveiligingsorganisatie of recherchebureau in stand houden. Reden hiervoor is dat enige (schijn van) belangenverstrengeling zich kan voordoen tussen de functie van de ingehuurde particuliere functionaris met opsporingsbevoegdheid enerzijds en de functie van particulier beveiliger als bedoeld in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) anderzijds. Wel kan aan een ingehuurde boa ontheffing worden verleend als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wpbr.
Een ingehuurde boa moet door de gemeente op naam worden aangewezen als onbezoldigd ambtenaar van deze gemeente. Van de aanwijzing op naam moet bij de aanvraag van de opsporingsbevoegdheid schriftelijk bewijs worden overgelegd.
Voorheen par. 6.2.
Een nieuwe boa behaalt eerst het boa basisexamen (het boa-getuigschrift), en doorloopt vervolgens de permanente her- en bijscholing. De basisbekwaamheid en de permanente her- en bijscholing worden geëxamineerd onder de auspiciën van de Stichting ExTH. Indien de boa Openbare ruimte beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldmiddelen zijn tevens de bekwaamheidseisen uit de RTGB van toepassing.
In 2010 werden initiatieven ontwikkeld voor een verdergaande professionalisering van de boa Openbare ruimte. In overleg met boa-werkgevers, de direct toezichthouders, de toezichthouders en andere betrokken partners zijn aanvullende bekwaamheidseisen ontwikkeld die per 1 oktober 2012 verplicht zijn gesteld. Ten aanzien hiervan is voor domein I een overgangstermijn van zes maanden vastgesteld , ten gevolge waarvan de aanvullende bekwaamheidseisen de facto per 1 april 2013 verplicht zijn gesteld. Boa’s Openbare ruimte die voor de eerste maal een akte van opsporingsbevoegdheid aanvragen behalen vanaf 1 april 2013 nog eenmaal het basisexamen, waarna zij een modulair opgebouwd traject van permanente her- en bijscholing zullen doorlopen om de boa-bevoegdheid te kunnen behouden. Boa’s Openbare ruimte die een akte van opsporingsbevoegdheid hebben die is afgegeven vóór 1 april 2013 dienen nog één maal het basisexamen te behalen voor de eerstkomende verlenging van hun akte. Na deze verlenging dient een modulair opgebouwd traject van permanente her- en bijscholing te worden doorlopen om de boa-bevoegdheid te kunnen behouden. Boa’s Openbare ruimte die verlenging van hun opsporingsbevoegdheid hebben gekregen op of na 1 april 2013, dienen vanaf dat moment van verlenging het traject van permanente her- en bijscholing te doorlopen om de boa-bevoegdheid te kunnen behouden.
De boa’s Openbare ruimte dienen vier modules in de looptijd van hun akte met een voldoende resultaat te hebben afgerond om na vijf jaar hun titel van opsporingsbevoegdheid te mogen verlengen.15 Voor personen aan wie een ontheffing is verleend van de bekwaamheidseis op grond van het zogenaamde seniorenbeleid (deze ontheffingsgrond is per 1 januari 2016 afgeschaft) geldt dat zij wel de modules volledig moeten volgen inclusief afronding van de modules met een bewijs van getoonde inzet, maar dat de modules niet met een examen afgerond hoeven te worden. Hierbij wordt geadviseerd dat in de eerste vier jaren ieder jaar een module wordt behaald. Het vijfde jaar kan dan indien nodig worden benut als herkansingsjaar. In sommige gevallen zal het nodig zijn het traject van permanente her- en bijscholing versneld af te leggen. Bijvoorbeeld als een boa is overgestapt naar een domein waarin hij voor het eerst wordt geconfronteerd met de permanente her- en bijscholing. Gedurende de resterende geldigheidsduur van de akte dient de boa in beginsel versneld het phb-traject te volgen om bij de verlengingsaanvraag certificaten van de 4 modules over te kunnen leggen.
Bij de aanvraag om verlenging van de akte of de aanvraag van een nieuwe akte moeten de certificaten van de 4 modules nog geldig zijn. Een certificaat van een module van het traject van permanente her- en bijscholing is vijf jaar geldig. De akte van opsporingsbevoegdheid wordt voor de duur van vijf jaar afgegeven. Indien een boa gedurende de looptijd van zijn akte wil overstappen naar een andere werkgever of een nieuw domein en hij nog niet 4 modules heeft behaald, wordt de nieuwe akte verleend voor de resterende geldigheidsduur van de akte die eerder op basis van 4 modules (of het getuigschrift boa) is afgegeven.
De volgorde van de modules van een traject van permanente her- en bijscholing is niet bepalend bij de aanvraag om verlenging van de akte danwel bij de aanvraag om een nieuwe akte. Zo kunnen modules die zijn behaald in een ander domein (ook al zijn deze domeinspecifiek), meetellen bij de aanvraag om verlenging van de akte dan wel een nieuwe akte. Voorwaarde is dat bij de aanvraag 4 verschillende modules – waarvan niet meer dan twee theorie – kunnen worden overgelegd die niet ouder zijn dan vijf jaar.
De door de Stichting ExTH ingestelde examencommissie bewaakt de kwaliteit van de examens (zie examenplan).
In Bijlage D is een overzicht opgenomen van de examenonderdelen en bijbehorende onderwerpen. In de laatste kolom is aangeven of het betreffende examenonderdeel met een theorietoets (T) of een praktijktoets (P) geëxamineerd wordt. Voor verdere uitwerking van de examenonderdelen: zie www.exth.nl/examens/phb-domein-i/.
Naar aanleiding van de evaluatie opgeleverd in mei 2022 van een pilot16Lakerveld, J.A. van en Lindeboom, G,J.: Evaluatie van de inzet en het gebruik van de korte wapenstok door buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s); Plato/Ockham IPS; WODC 2022. met de korte wapenstok, gehouden in 10 gemeenten, is gebleken dat aanvullende eisen aan de opleiding en training van de deelnemende boa’s van grote toegevoegde waarde zijn. Op basis van de uitkomsten van deze pilot is derhalve besloten om de bekwaamheidseisen, die noodzakelijk waren voor deelname aan deze pilot, op te nemen in de deze beleidsregels.
De toekenning van een geweldmiddel aan een boa wiens opsporingsbevoegdheid strekt tot de in domein I opgenomen strafbare feiten geschiedt slechts indien wordt voldaan aan de volgende aanvullende bekwaamheidseisen:
een opleidingsniveau MBO-3 (Handhaving, Toezicht en Veiligheid) en;
minimaal 1 jaar relevante praktijkervaring.
Indien de (voornoemde) boa niet beschikt over het vereiste opleidingsniveau, kan worden volstaan met een relevante vervangende praktijkervaring van tenminste drie jaar.
De Stichting ExTH draagt zorg dat bij de permanente her- en bijscholing van de (voornoemde) boa tenminste de volgende elementen worden getoetst: gespreks- en benaderingstechnieken, conflictbeheersing, weerbaarheid, de-escalatie, oefencasussen en reflectie op praktijkgevallen.
Voorheen par. 6.3.
Zie de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar.
De boa Openbare ruimte kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan tevens optioneel beschikken over handboeien, wapenstok en/of pepperspray. De ingehuurde boa Openbare ruimte kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en optioneel over handboeien.
Voorheen par. 6.4.
Artikel 6
Domein I Openbare ruimte
Onderdeel van Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2022