Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Richtlijnen voor aanvragers

Onderdeel van Call for proposals Take-off HBO – fase 1: haalbaarheidsstudies – Ronde 3 – Juni 2017 – Regieorgaan SIA· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 13 juli 2017

De hoofdaanvrager dient een door de overheid bekostigde hogeschool te zijn, zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). De hoofdaanvrager treedt op als penvoerder van de Take-off hbo-subsidie, hierna te noemen de penvoerende hogeschool. Take-off hbo biedt ruimte aan aanvragen gebaseerd op kennis uit alle thema’s die het praktijkgericht onderzoek van hogescholen kent. Het College van Bestuur (CvB) of een faculteitsdirecteur van de penvoerende hogeschool benoemt een projectleider die gemachtigd is om de aanvraag in te dienen. Deze projectleider is tevens het aanspreekpunt voor Regieorgaan SIA. De aanvraag bevat een verklaring van het CvB of een faculteitsdirecteur van de penvoerende hogeschool waarin zij, bij honorering, akkoord gaan met de toekenning van de subsidiemiddelen en met de benoeming van de hoofdaanvrager tot projectleider van de dan gehonoreerde haalbaarheidsstudie, verder te noemen als project. De projectleider draagt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het project en het projectmanagement, inclusief de inhoudelijke samenhang, de voortgang, de resultaten en de eindverantwoording van het project. De projectleider ontvangt alle correspondentie met betrekking tot het project en is verantwoordelijk voor de verspreiding van de relevante informatie onder de leden van het projectteam. Een aanvraag omvat: het volledig ingevulde en door alle partijen ondertekende aanvraagformulier dat bestaat uit 1) gegevens omtrent het projectvoorstel en 2) het projectvoorstel zelf; de begroting met kostenonderbouwing en aangevraagde subsidie (in separaat begrotingsformat); een getekende versie van de begroting in pdf. De handleiding, het aanvraagformulier inclusief model projectvoorstel, en het begrotingsformat worden minstens acht weken voor de deadline van indiening beschikbaar gesteld via ISAAC, het elektronisch aanvraag- en rapportagesysteem van NWO. De directe link naar deze call in ISAAC is: https://www.isaac.nwo.nl/subsidieaanvraag?extref=2017TOHBO3 Het is verplicht de via ISAAC beschikbare formulieren/formats te gebruiken. Het indienen van een aanvraag bij NWO kan alleen via ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen. Een hoofdaanvrager is verplicht zijn/haar aanvraag via zijn/haar eigen ISAAC-account in te dienen. Indien de hoofdaanvrager nog geen ISAAC-account heeft, dient deze dat minimaal een dag voor het indienen aan te maken. Dit is om eventuele aanmeldproblemen nog op tijd te kunnen verhelpen. Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC helpdesk (zie § 6.1). Het inlogscherm ISAAC is bereikbaar via: www.isaac.nwo.nl De handleiding ISAAC is bereikbaar via: www.isaac.nwo.nl/help De ISAAC helpdesk is bereikbaar via: isaac.helpdesk@nwo.nl U wordt verzocht de subsidieaanvraag en -registratie volledig in te vullen. Ook dient u het aanvraagformulier inclusief projectvoorstel en de begroting, voorzien van alle benodigde handtekeningen, digitaal toe te voegen bij de aanvraag. Voor alle aanvragen geldt de ‘NWO Regeling Subsidies 2017’. De aan te vragen subsidieomvang is minimaal € 20.000,– en maximaal € 25.000,–. Het project dient te starten tussen 1 januari 2018 en 31 maart 2018. De looptijd van het project bedraagt maximaal 9 maanden. Bij eventueel voortijdig afbreken bepaalt Regieorgaan SIA of de subsidie – geheel of ten dele – moet worden gerestitueerd. De penvoerende hogeschool is verantwoordelijk voor het maken van afspraken met de eventueel betrokken externe partijen over onder andere de rechten op producten of zaken die binnen het project worden ontwikkeld (bijvoorbeeld intellectueel eigendom). De subsidiegelden zijn uitsluitend bestemd voor het uitvoeren van het projectplan dat onderdeel uitmaakt van de gesubsidieerde projectaanvraag. Subsidiëring van (deel)projectactiviteiten die reeds zijn gesubsidieerd vanuit andere bronnen, is niet mogelijk. Voor bepaalde aanvragen is een goedkeurende verklaring van een erkende Medisch Ethische Toetsingscommissie (METC) of een Dier Experimenten Commissie (DEC) nodig. Daarnaast is voor bepaalde aanvragen een vergunning nodig op grond van de Wet Bevolkingsonderzoek (WBO). Meer informatie over de METC is beschikbaar bij de Centrale Commissie Mensgebonden onderzoek (CCMO). Bij de Nederlandse Vereniging voor Dierexperimentencommissies is informatie over DEC te vinden en bij o.a. de Gezondheidsraad is informatie over de WBO beschikbaar. Let op: Is voor uw aanvraag goedkeuring van een ethische toetsings-commissie of anderszins noodzakelijk? In dat geval wordt uw aanvraag bij toekenning voorwaardelijk toegekend. Pas wanneer Regieorgaan SIA een kopie van de goedkeuring heeft ontvangen, wordt de toekenning definitief. Mocht de goedkeuring van toepassing zijn op een deel van het project dat later van start gaat, dan dient de aanvrager aan te geven wanneer hij/zij de ethische goedkeuring verwacht op te vragen. In het subsidieverleningsbesluit wordt deze voorwaarde expliciet aangegeven. De kosten die met deze subsidie gefinancierd kunnen worden, betreffen de noodzakelijke, rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen gemaakte en/of betaalde kosten gebaseerd op kostprijs, inclusief eventuele niet-verrekenbare btw. De volgende kostenposten worden onderscheiden: Een berekening van de uurtarieven van de hogeschool gebaseerd op de door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) geaccordeerde Integrale KostPrijs-methodiek, zie voor informatie de website van RVO: http://www.rvo.nl/subsidies-regelingen/subsidiespelregels/subsidiabele-kosten-algemeen/integrale-kostensystematiek. Indien u van deze methodiek gebruik maakt, dient u de eigen verklaring integrale kostensystematiek en het tarievenoverzicht, zoals berekend op basis van de eigen verklaring integrale kostensystematiek, bij te voegen bij de begroting. of Het uurtarief van de hogeschool wordt berekend op basis van het brutoloon van de betreffende medewerker(s) verhoogd met sociale lasten en eventuele overhead (maximaal 25% van het loon inclusief sociale lasten). Dit bedrag dient te worden gedeeld door 1.650 uur (bij een fulltime dienstverband) om het uurtarief te bepalen. Let op: De Handleiding Overheidstarieven wordt met ingang van 2017 gehanteerd voor toepassing bij subsidies vanuit Regieorgaan SIA, teneinde de administratieve lasten bij hogescholen te verminderen. Het berekende uurtarief op basis van brutoloon van betreffende medewerker mag niet hoger zijn dan het kostendekkend tarief per uur bij de salarisschaal van de medewerker, zoals dat in tabel 2 in de Handleiding Overheidstarieven is weergegeven. De Handleiding Overheidstarieven wordt door het Ministerie van Financiën opgesteld en jaarlijks geactualiseerd en is te downloaden op onze website. Het is toegestaan studenten, verbonden aan de hogeschool, in te zetten voor het project en de kosten hiervan binnen het project op te voeren. Per subsidiejaar kan het volgende worden opgevoerd: Inzet van uren van studenten waarbij geldt dat deze geschiedt als onderdeel van de opleiding (de studenten dienen in dat geval ook studiepunten te krijgen voor de activiteiten). Alleen de stagevergoeding zoals gebruikelijk binnen de instelling is declarabel met een maximum van € 25,– per uur. Het aantal in te zetten uren per student is maximaal 1.650. Inzet van uren van studenten die extra-curriculair worden ingezet in het project. Per student kan maximaal 250 uur per subsidiejaar ten laste van het project worden gebracht, waarbij geldt dat maximaal € 25,– per uur opgevoerd kan worden als subsidiabele kosten. In beide situaties geldt dat uitsluitend de werkelijke aan de student uitbetaalde bedragen met een maximaal uurtarief van € 25,– als kosten kunnen worden opgevoerd. Uren en uur-tarieven boven de genoemde maxima kunnen niet als kosten worden opgevoerd. Aan het aantal in te zetten studenten in het project is geen maximum verbonden. Bepaling uurtarief is in principe vrij. De beoordelingscommissie zal de opgevoerde tarieven kritisch bekijken en in haar oordeel meenemen. De aan de uitvoering van het project verbonden kosten als verbruik van materialen, hulpmiddelen, prototypes, test-opstellingen en overige kosten zoals reis- en verblijfkosten en publicaties. Bij aanschaffingen van machines en apparatuur kunnen slechts de aan het project toe te rekenen afschrijvingskosten of leasetermijnen worden opgevoerd. Afschrijvingstermijnen dienen te worden berekend op basis van de historische aanschafprijs exclusief financieringskosten, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur van vijf jaar. Opvoering van kosten voor gebruik van apparatuur ouder dan vijf jaar is dus niet mogelijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel