• - 1. De defensieambtenaar die gedurende ten minste 365 dagen heeft deelgenomen aan vredesoperaties dan wel humanitaire operaties als bedoeld in tabel 3 en 4 bij deze regeling, heeft aanspraak op een eenmalige gratificatie van € 1.000.
  • - 2. Voor de berekening van de periode bedoeld in het eerste lid worden slechts periodes van ten minste 30 dagen in beschouwing genomen.
  • - 3. In afwijking van het eerste lid worden voor de berekening van de periode bedoeld in het eerste lid ook deelnames aan vredes- of humanitaire missies in beschouwing genomen die voorafgaand aan de totstandkoming van deze regeling hebben plaatsgevonden.
  • - 4. De loonheffing en inhoudingen, bedoeld in paragraaf 5 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, die zijn verschuldigd over de in het eerste lid bedoelde gratificatie, komen voor rekening van Defensie.