• - 1. Aan de militair wordt gedurende de inzet geen verlof op grond van hoofdstuk 8 van het Algemeen militair ambtenarenreglement verleend, tenzij de Commandant der Strijdkrachten die verlofverlening noodzakelijk acht.
  • - 2. Vrijstelling van werkzaamheden in het kader van werk- en rusttijden, alsmede verlof verleend door of vanwege het orgaan, is geen verlof als bedoeld in hoofdstuk 8 van het Algemeen militair ambtenarenreglement. Voor zover vorenbedoelde vrije tijd of verlof niet reeds is genoten, vervallen deze bij definitief vertrek uit het operatiegebied.
  • - 3. Tijdens verlof, bedoeld in het eerste lid, bestaat geen aanspraak op de voorzieningen bedoeld in paragraaf 2.
  • - 4. In afwijking van het gestelde in het derde lid bestaat aanspraak op de voorzieningen bedoeld in paragraaf 2 gedurende de periode dat een militair in verband met bijzonder verlof buiten het missiegebied verblijft in verband met:
    • - a. ernstige ziekte van de echtgenote of echtgenoot van de militair, de persoon met wie de militair ongehuwd samenwoont of een van zijn bloed- of aanverwanten in de eerste graad;
    • - b. de bevalling van zijn echtgenote of de persoon met wie de militair ongehuwd samenwoont;
    • - c. het overlijden en lijkbezorging van de echtgenote of echtgenoot van de militair, de persoon met wie de militair ongehuwd samenwoont of een van zijn bloed- en aanverwanten in de eerste graad.

    zulks met een maximum van 14 dagen.