Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.2

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Beleidsregel Individueel Klantbeeld Wft 2017· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 15 december 2022

1. In aanvulling op het IKB-bestand is een bank in staat zowel het in aanmerking komende bedrag als het gegarandeerde bedrag in euro’s van elke depositohouder te berekenen. 2. Bij het berekenen van de gegevens zoals gevraagd in het eerste lid, neemt een bank het volgende in acht: Het volledige bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in artikel 5, derde lid, artikel 6, eerste lid, onderdeel b tot en met k en artikel 6, vierde lid, wordt beschouwd als niet-gegarandeerd bedrag; Depositohouders die zijn overleden blijkend uit artikel 2, tweede lid, onderdeel e, sub 4, en depositohouders als bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, worden beschouwd als niet in aanmerking komende depositohouders. 3. In afwijking van het tweede lid, neemt een bank bij de berekening van de gegevens ter bepaling van de depositobasis als bedoeld in artikel 29.16, eerste lid van het Bbpm het volgende in acht: Een inschatting van het bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in artikel 5, derde lid, gebaseerd op een door de bank gekozen wijze als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel e, en deposito’s als bedoeld in artikel 6, vierde lid, wordt beschouwd als gegarandeerd bedrag; Deposito's als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b tot en met f, onderdeel h tot en met j en onderdeel l worden beschouwd als in aanmerking komende deposito's, met inachtneming van het maximum gegarandeerde bedrag per depositohouder. Depositohouders die zijn overleden blijkend uit artikel 2, tweede lid, onderdeel e, sub 4, en depositohouders als bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, worden beschouwd als in aanmerking komende depositohouders; Het volledige bedrag aan deposito’s geadministreerd als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel g, wordt beschouwd als niet-gegarandeerd bedrag; Bij de inschatting van het bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, kiest een bank uit een van de vier volgende berekeningswijzen: Het volledige bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in artikel 5, derde lid; Het aantal derden als bedoeld in artikel 5, derde lid, vermenigvuldigd met het maximale gegarandeerde bedrag als bedoeld in artikel 29.02, eerste lid van het Bbpm; De som van het gegarandeerde bedrag van iedere derde afzonderlijk van het deposito als bedoeld in artikel 5, derde lid, rekening houdend met het maximaal gegarandeerde bedrag als bedoeld in artikel 29.02, eerste lid van het Bbpm, waarbij niet wordt vereist dat rekening wordt gehouden met andere rekeningen die de derden bij de bank aanhouden. Het verwerken van het in aanmerking komende bedrag van iedere derde afzonderlijk van het deposito als bedoeld in artikel 5, derde lid, in de gegarandeerde deposito’s, rekening houdend met het maximaal gegarandeerde bedrag als bedoeld in artikel 29.02, eerste lid van het Bbpm. Een bank is in staat per derdenrekening aan te tonen welke methode zoals bedoeld in onderdeel e is gehanteerd bij de berekening van het bedrag zoals bedoeld in het eerste lid. Deposito’s als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel k, worden beschouwd als niet in aanmerking komende deposito’s. 4. Bij het vaststellen van de depositobasis als bedoeld in artikel 29.16, eerste lid van het Bbpm, maakt DNB gebruik van één van de volgende berekeningswijzen: In beginsel gebruikt DNB de depositobasis die volgt uit de aggregatie van de gegarandeerde bedragen per depositohouder, zoals blijkend uit het individueel klantbeeld conform de berekeningswijze zoals vastgelegd in het derde lid en zoals door de bank gerapporteerd conform artikel 130, eerste lid, aanhef en onderdeel b van het Bpr. Indien de beoordeling van de kwaliteit van de aangeleverde IKB-bestanden en/of de beheersing van het IKB-systeem, zoals opgenomen in artikel 15, hiertoe aanleiding geeft, gebruikt DNB, in afwijking van onderdeel a, de depositobasis die volgt uit de schatting van de totale omvang van de gegarandeerde deposito’s op basis van aantallen deposito’s en saldi zoals door de bank gerapporteerd conform artikel 130, eerste lid, aanhef en onderdeel b van het Bpr, zonder rekening te houden met depositohouders die meer dan één rekening hebben. Wanneer onderdeel b van toepassing is, onder de voorwaarde dat de beoordeling van de kwaliteit van de rapportage van het aantal klanten in het IKB-bestand daaraan niet in de weg staat, hanteert DNB een plafond op de berekeningswijze in onderdeel b, waarbij de depositobasis is gemaximeerd op het aantal klanten vermenigvuldigd met 100.000 euro. 5. Een bank kan bij de berekening van de in aanmerking komende en gegarandeerde bedragen, als bedoeld in het eerste lid, gebruik maken van wisselkoersen gepubliceerd door koersinformatieleveranciers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel