Onderstaande indienvoorwaarden gelden voor zowel hoofd- als medeaanvragers, tenzij anders aangegeven.
Aanvragen kunnen worden ingediend door hoogleraren, universitair (hoofd)docenten en andere onderzoekers met een vergelijkbare aanstelling wanneer zij:
in dienst zijn bij een Nederlandse universiteit of een door NWO erkend onderzoeksinstituut4Zie NWO-regeling subsidies www.nwo.nl/subsidieregeling (i.e. een bezoldigde aanstelling hebben) én
ten minste beschikken over een doctoraal- of ingenieursdiploma – of op gelijkwaardige wijze zijn gekwalificeerd én
een dienstverband (aanstellingsduur) hebben voor ten minste de looptijd van het aanvraagproces en het onderzoek waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
Een uitzondering op de vereiste aanstellingsduur kan gemaakt worden voor:
hoofdaanvragers met een “tenure track”-aanstelling die ten minste de helft van de vereiste duur beslaat. De aanvragers dienen dan middels een brief aan te tonen dat adequate begeleiding voor de volledige duur van het onderzoek gegarandeerd wordt voor alle uitvoerders voor wie subsidie wordt aangevraagd.
medeaanvragers indien zij kunnen aantonen dat adequate begeleiding voor de volledige duur van het onderzoek gegarandeerd kan worden voor alle uitvoerders voor wie subsidie wordt aangevraagd.
Een onderzoeker mag in deze Complexity – Programmable Self-organisation ronde slechts één subsidieaanvraag (mede)indienen bij ENW.
De hoofdaanvrager en medeaanvrager(s) dienen gedurende de periode waarover subsidie wordt gevraagd effectief betrokken te blijven bij het onderzoek waarop de aanvraag betrekking heeft. De onderzoeksinstelling(en) dient de aanvragers in de gelegenheid te stellen gedurende de looptijd van het aanvraagproces en het onderzoek voor een adequate begeleiding van het onderzoek zorg te dragen.
De hoofdaanvrager vraagt aan namens het gehele projectconsortium en de beoogde projectleider. Hij/zij is verantwoordelijk voor de wetenschappelijke samenhang, de resultaten en de financiële verantwoording.
De vertegenwoordiging en doorstroom van vrouwen in de wetenschap loopt sterk achter bij die van mannen. Vrouwen worden daarom nadrukkelijk uitgenodigd voorstellen in te dienen.
Per projectvoorstel kan tussen de € 140.000 en € 500.000 van NWO worden aangevraagd. De financiering kan gebruikt worden ter dekking van zowel personele als materiële kosten die voor het onderzoek moeten worden gemaakt.
De subsidie dient voornamelijk te worden ingezet voor het creëren van tijdelijke onderzoeksposities (promovendi of postdocs). De subsidie kan worden gebruikt voor:
promovendi of twee- of driejarige postdocs, op basis van voltijdse posities5De aanstelling van een promovendus bedraagt vier jaar..
Een persoonsgebonden benchfee (€ 5.000) wordt toegekend aan iedere promovendus of postdoc ter (gedeeltelijke) dekking van bijvoorbeeld reiskosten en de drukkosten van een proefschrift (de benchfee is geen deel van het additionele budget);
niet-wetenschappelijk personeel;
Als er meerdere onderzoeksposities worden aangevraagd worden aanvragers nadrukkelijk uitgenodigd de onderzoeksposities in onderling verschillende vakgroepen in te zetten.
Personeelslasten zijn subsidiabel conform het meest recente “akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek”, dat is ondertekend door NWO, VSNU, NFU, ZonMw, KNAW en VFI. Het akkoord en de maximumbedragen voor personeelslasten zijn te vinden op www.nwo.nl/akkoordbekostigingen www.nwo.nl/salaristabellen.
Deze tarieven zijn bindend; dit laat onverlet dat in de begroting van het voorstel de omvang en aard van de personele kosten dienen te worden gespecificeerd en beargumenteerd.
Er kan maximaal € 25.000 voor additionele middelen ten behoeve van het onderzoeksvoorstel worden aangevraagd.
De financiering kan gebruikt worden voor:
projectgebonden apparatuur/software, mits de kosten liggen boven € 5.000.
De apparatuur is uitdrukkelijk bedoeld voor het project beschreven in het voorstel. De relatie met het project en de noodzaak van de apparatuur hiervoor dienen goed te worden gemotiveerd. Goedkopere apparatuur/software wordt geacht te behoren tot de infrastructuur van de onderzoeksinstelling en kan dus niet worden aangevraagd;
reiskosten ten behoeve van de aangevraagde onderzoekspositie(s) voor zover niet gedekt door de benchfee(s). De noodzaak van de reizen voor het project, in het bijzonder voor de aangevraagde onderzoekspositie, dient goed te worden gemotiveerd;
andere activiteiten in het kader van het project, zoals reis- en verblijfkosten voor gastonderzoekers, publicatiekosten en kosten van symposia e.d. Ook dit dient goed te worden gemotiveerd.
De volgende kosten komen niet in aanmerking voor financiering:
Personeelskosten voor vaste stafmedewerkers en student-assistenten;
Vergoedingen voor promotiestudenten/beursalen;
Kosten voor computergebruik bij universitaire rekencentra6Toegang tot de landelijk beschikbare rekensystemen LISA en Cartesius kan worden aangevraagd binnen het NWO ENW programma Rekentijd Nationale Computersystemen, zie voor meer informatie www.nwo.nl/financiering/onze-financieringsinstrumenten/ew/rekentijd-nationale- computersystemen/rekentijd-nationale-computersystemen.html. en kosten voor het gebruik van laboratoria;
Kosten voor huisvesting, overhead en afschrijving;
Kosten van administratieve of technische hulp of algemene laboratoriumuitrusting, die tot het gebruikelijke voorzieningenpakket van een universiteit, onderzoeksinstituut of de consortiumpartner(s) moeten worden gerekend;
Kosten voor onderhoud en verzekeringen;
Kosten gemaakt voor het bemiddelen voor, en/of verwerven en uitvoeren van contractonderzoek, inclusief de daaraan toe te rekenen overige indirecte kosten;
Reserveringen voor toekomstige kosten c.q. reservevorming;
Overige kosten die niet direct gerelateerd zijn aan het onderzoek.
NWO behoudt zich het recht voor bij de toekenning van een subsidie, vanwege budgettaire overwegingen, niet het gehele bedrag aan aangevraagde materiële kosten toe te kennen. In dat geval dienen de leden van het consortium het niet-toegekende deel van de materiele kosten voor hun rekening te nemen.
In ieder projectconsortium participeert minstens één private partij of (semi-)private partner met een directe kennis- en/of innovatievraag én met een in cash en in kind bijdrage. Private partijen en (semi-)private partners komen niet in aanmerking voor NWO-financiering, maar dragen in cash en in kind bij aan het onderzoek. De in cash-bijdragen worden via NWO en als onderdeel van de subsidie verstrekt aan de aanvragende universiteit(en) / onderzoeks-institu(u)t(en).
Reeds bij het indienen van de uitgewerkte aanvraag moet duidelijk zijn dat er commitment aan NWO is van de deelnemende private partij(en) en/of (semi-)private partner(s) middels een “letter of commitment” (zie paragraaf 3.5);
Private partijen en/of (semi-)private partner(s) treden in de aanvraag op als Private/(Semi)Private participant;
Private partijen dienen aan voorwaarden te voldoen om aan een project deel te nemen:
Een bedrijf dient te zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (of een vergelijkbare instantie in het buitenland indien het een buitenlands bedrijf betreft);
Een private partij dient een directe, relevante kennis- en/of innovatievraag te hebben en in cash en in kind bij te dragen;
De in cash-bijdrage dient van private oorsprong te zijn (de bijdrage kan bijvoorbeeld geen elders verkregen subsidie zijn of uit andere overheidsmiddelen bestaan).
Met name voor kleinere/jongere bedrijven/startups geldt dat:
Het niet voor de gelegenheid van het project dient te zijn opgericht.
Richtlijn is daarom dat het bedrijf minstens een jaar bestaat;
Op verzoek een jaarrekening moet worden overlegd;
De academische aanvragers c.q. onderzoekers uit de onderzoeksgroep van een aanvrager géén aanstelling mogen hebben bij het bedrijf dat in de betreffende aanvraag participeert; adviesfuncties “op afstand” zijn echter niet op voorhand uitgesloten. Voor grote(re) bedrijven geldt in ieder geval dat de vertegenwoordiger(s) ofwel via de academische partner als (mede)aanvrager betrokken is (/zijn), ofwel als private participant. Beide rollen is niet mogelijk.
In het aanvraagformulier worden de deelnemende private partijen gevraagd bovenstaande punten te adresseren. Mogelijk wordt om aanvullende informatie gevraagd.
Aanvragen waarin bedrijven participeren die niet voldoen aan bovengenoemde voorwaarden zijn niet ontvankelij.
Binnen het kader van de strategische samenwerking voor de Topsectoren en het overkoepelende NWO programma Grip on Complexity, heeft TNO substantiële middelen gereserveerd voor de ondersteuning van projecten in deze Call die goed aansluiten bij het TNO Complexity programma. In het TNO programma Complexity ontwikkelt TNO modellen ten behoeve van besluitvorming en het bewerkstelligen van systeemtransities. TNO doet dat bij voorkeur in nauwe samenwerking met private partijen en onderzoekspartners in grotere projecten. De bijdrage van TNO zou in het bijzonder nuttig kunnen zijn om de aantrekkelijkheid van de voorgestelde projecten te verhogen door inbreng van eigen kennis en expertise, ervaring in management van (grote) projecten en voor de criteria kennisbenutting en kwaliteit van het consortium. Aanvragers worden expliciet verzocht een mogelijke samenwerking met TNO te onderzoeken. De belangrijkste voorwaarden waaronder aanvragers beroep op deze extra faciliteit kunnen doen, zijn
Geïnteresseerde aanvragers worden uitgenodigd om TNO te benaderen om de mogelijkheden tot samenwerking te onderzoeken. TNO kan besluiten niet mee te werken aan die voorstellen die niet overeenkomen met hun innovatieve roadmaps;
In het geval van een samenwerking vormt de in-kind bijdrage van TNO een integraal onderdeel van het projectvoorstel en moet TNO zijn commitment bevestigen met een ‘letter of commitment’;
TNO biedt een bijdrage in kind waar geen aanvullende financiering voor kan worden verworven middels deze Call. Financiering van derden aan TNO ten behoeve van een voorgestelde project kan worden opgenomen in de aanvraag(begroting). Voor deze financiering geldt dat er geen aanvullende financiering voor kan worden verworven middels deze Call;
TNO bekostigt zelf de inzet van TNO-medewerkers en komt niet in aanmerking voor financiering vanuit NWO.
Aanvragers die geïnteresseerd zijn in een samenwerking met TNO in het kader van de Call Complexity – Programmable Self-organisation moeten TNO rechtstreeks benaderen om de mogelijke verbanden te bespreken (zie paragraaf 5.1 voor verdere contactinformatie.
De deadline voor het indienen van verplichte vooraanmeldingen is 2 november 2017, om 14:00 uur CE(S)T.
Vooraanmeldingen, die na de deadline zijn ingediend worden niet meegenomen in de procedure.
De deadline voor het indienen van aanvragen is 13 februari 2018, om 14:00 uur CE(S)T.
Aanvragen, die na de deadline zijn ingediend worden niet meegenomen in de procedure.
Bij het indienen van uw aanvraag in ISAAC dient u ook online nog gegevens in te voeren. Begin daarom ten minste één dag vóór de deadline van deze call for proposals met het indienen van uw vooraanmelding/aanvraag. Aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.
De verplichte vooraanmelding bestaat uit twee delen: een factsheet en het aanvraagformulier:
De factsheet kan direct in het elektronisch aanvraagsysteem Isaac van NWO ingevuld worden (www.isaac.nwo.nl). Bij het invullen van de online factsheet in ISAAC kan alleen gebruik gemaakt worden van ASCII-tekens (“plain text”). Voor de factsheet is gebruik van (structuur)formules, illustraties, cursiveringen etc. dus niet mogelijk. Deze kunnen vanzelfsprekend wél gehanteerd worden in het voorstel.;
Het is verplicht om in de ISAAC-factsheet de discipline op te nemen die het best overeenkomt met het onderwerp van uw onderzoeksvoorstel. U vindt dit onder de tab Algemeen, sectie Disciplines. Indien van toepassing kunt u ook andere relevante disciplines opnemen. De discipline-indeling staat los van de NWO-gebiedsindeling. U kunt alleen disciplines opnemen uit de door NWO vastgestelde lijst. U vindt de lijst via www.nwo.nl/researchfields.
Download het vooraanmeldingsformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC of vanaf de website van NWO (www.nwo.nl/complexity/programmable-self-organisation);
Vul het vooraanmeldingsformulier in;
Sla het formulier op als pdf en upload het in ISAAC.;
De vooraanmelding dient in het Engels geschreven te zijn;
Het is niet toegestaan aanvullende informatie in de vorm van bijlagen aan de vooraanmelding toe te voegen (bijvoorbeeld extra resultaten, manuscripten, support letters e.d.).
Het is in de vooraanmeldings-fase niet nodig om Letters of Commitment bij te voegen (zie ook paragraaf 3.5).
Als u twijfelt of uw idee aansluit bij deze Call, dan kunt u contact opnemen met NWO (zie paragraaf 5.1 voor verdere contactinformatie).
De aanvrager heeft bij de vooraanmelding de optie om (maximaal) 5 suggesties te doen voor mogelijk te raadplegen buitenlandse referenten, door een bijlage toe te voegen met de referentenlijst.
De lijst met referentensuggesties mag geen namen van mensen bevatten waarmee de aanvrager in de laatste drie jaar heeft samengewerkt, samenwerkt, of zal samenwerken. Dit betreft niet alleen co-auteurs, maar ook andere vormen van samenwerking. Alleen referenten zonder betrokkenheid bij het aanvragende onderzoeksteam en de aanvraag zijn bruikbaar. De gesuggereerde referenten mogen niet in Nederland werkzaam zijn.
LET OP: Referenten worden in eerste instantie alleen op basis van de wetenschappelijke samenvatting, die via de factsheet in ISAAC ingediend is, benaderd. Deze samenvatting dient dan ook het voorstel geheel af te dekken.
De aanvrager heeft bij de vooraanmelding op de referentenlijst ook de mogelijkheid maximaal drie namen van personen aan te geven die NIET als referent mogen optreden. Dit is niet verplicht.
Het is in de uitgewerkte aanvraag-fase niet mogelijk om referenten- suggesties/(non-)referenten op te geven. Deze kunnen alleen worden opgegeven bij indiening van de verplichte vooraanmelding.
De uitgewerkte aanvraag bestaat uit twee delen: een factsheet en het aanvraagformulier.
De factsheet kan direct in het elektronisch aanvraagsysteem Isaac van NWO ingevuld worden (www.isaac.nwo.nl). Bij het invullen van de online factsheet in ISAAC kan alleen gebruik gemaakt worden van ASCII-tekens (“plain text”). Voor de factsheet is gebruik van (structuur)formules, illustraties, cursiveringen etc. dus niet mogelijk. Deze kunnen vanzelfsprekend wél gehanteerd worden in het voorstel.
Het is verplicht om in de ISAAC-factsheet de discipline op te nemen die het best overeenkomt met het onderwerp van uw onderzoeksvoorstel. U vindt dit onder de tab Algemeen, sectie Disciplines. Indien van toepassing kunt u ook andere relevante disciplines opnemen. De discipline-indeling staat los van de NWO-gebiedsindeling. U kunt alleen disciplines opnemen uit de door NWO vastgestelde lijst. U vindt de lijst via www.nwo.nl/researchfields.
Download het aanvraagformulier vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC of vanaf de website van NWO (www.nwo.nl/complexity/programmable-self-organisation).
Vul het aanvraagformulier in.
Sla het formulier op als pdf en upload het in ISAAC.
De aanvraag dient in het Engels geschreven te zijn.
Het is niet toegestaan aanvullende informatie in de vorm van bijlagen aan de aanvraag toe te voegen (bijvoorbeeld extra resultaten, manuscripten, support letters e.d.).
LET OP: in ISAAC moeten de consortiumpartners in het tabblad ‘medeaanvragers’ ingevuld worden om ervoor te zorgen dat ze correct in het systeem komen te staan. Het is belangrijk dat in ISAAC de gevraagde gegevens van de consortiumpartners zo volledig mogelijk worden ingevuld.
In overeenstemming met de overeenkomst tussen NWO en de VSNU horen aanvragers hun instelling te informeren over de indiening. Een kopie van de verplichte vooraanmelding en eventuele uitgewerkte aanvraag dient door de aanvrager aan de wetenschappelijk directeur of decaan van de instelling of faculteit te worden verstrekt. Voor elk ingediend voorstel gaat ENW ervan uit dat de instelling door de aanvrager is geïnformeerd en dat de universiteit of het instituut de subsidievoorwaarden van dit programma aanvaard.
Op alle aanvragen zijn de NWO-regeling subsidies7Zie NWO-regeling subsidies www.nwo.nl/subsidieregeling en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek8www.nwo.nl/documents/nwo/juridisch/akkoord-bekostiging-wetenschappelijk-onderzoek-208 van toepassing.
De specifieke subsidievoorwaarden die gelden bij toekenning van een Complexity – Programmable Self-organisation-subsidie zijn de volgende:
De Call Complexity – Programmable Self-organisation is gericht op samenwerking met niet-universitaire partners, dat wil zeggen private en/of (semi-)private partners zoals bedrijven, overheden, maatschappelijke organisaties, en publieke onderzoeksinstellingen zoals TNO. Om dit uitgangspunt vorm te geven, dienen al bij een onderzoeksvoorstel betrokken samenwerkingspartners een consortium op te richten. Er dient minimaal één niet-universitaire partij bij de aanvraag betrokken te zijn.
Alle consortiumpartners dienen gedurende de periode waarover subsidie wordt gevraagd effectief betrokken te blijven bij het onderzoek waarop de aanvraag betrekking heeft.
De projectpartners (de betrokken onderzoeksinstellingen en private en/of (semi-) private partners) moeten voor de start van het toegekende project een consortiumovereenkomst ondertekenen. In deze overeenkomst zijn IPR en kennisoverdracht en andere zaken zoals betalingen, voortgangs- en eindverslagen en geheimhouding geregeld conform het NWO-beleid inzake intellectueel eigendom9Zie www.nwo.nl/documents/ew/projectbeheer/nwo-beleid-inzake-intellectueel-eigendom. Daarnaast staan in deze overeenkomst afspraken over de consortiumgovernance (die afdoende garantie moet bieden voor een effectieve samenwerking), financiën, waar van toepassing in te brengen basiskennis, aansprakelijkheid, geschillen en regeling van onderlinge informatieverstrekking. Een model overeenkomst hiervoor is beschikbaar via www.nwo.nl/complexity/programmable-self-organisation.
Ten aanzien van het NWO-beleid inzake intellectueel eigendom (IE), zal model 1 worden gehanteerd in deze Call. Dat betekent dat NWO geen mede-eigendom claimt op de IE-rechten. Binnen model 1 is zowel optie 1 (passende afspiegeling) als optie 2 (rechten op eigen resultaten) toegestaan binnen deze Call.
In een project werken minstens één private partij en/of (semi-)private partner en minstens één (aanvragende) kennisinstelling met elkaar samen (zie paragrafen 3.1 en 3.2 voor de voorwaarden voor deelname). De private partij(en) en/of (semi-) private partner(s) betalen minimaal eenvijfde van de projectkosten10Projectkosten bestaan uit de in-cash en in-kind bijdragen van de private partij(en) en/of (semi-) private partner(s) en de bijdrage van NWO. Eventuele bijdragen van universiteiten, door NWO erkende onderzoeksinstituten, hogescholen, TO2-instellingen (waaronder TNO) en vergelijkbare onderzoeksinstellingen kunnen in het budget worden opgenomen, maar tellen niet mee voor de projectkosten. Ook financiering van derden aan hogescholen, TO2-instellingen (waaronder TNO) en vergelijkbare onderzoeksinstellingen ten behoeve van het project tellen niet mee voor de projectkosten. (waarvan minimaal de helft in cash), NWO maximaal viervijfde. Dus voor iedere euro inleg door de private partij(en) en/of (semi-)private partner(s), legt NWO er via deze Call vier euro bij tot een maximum NWO-bijdrage van € 500.000. NWO geeft géén aanvullende financiering op bijdragen aan het project van universiteiten, hogescholen, TO2-instellingen (waaronder TNO) en vergelijkbare onderzoeksinstellingen.
De cash-bijdrage van de private partij(en) en/of (semi-)private partner(s) is minimaal 10% van de projectkosten. De in-kind bijdrage van de private partij(en) en/of (semi-)private partner(s) is eveneens minimaal 10% van de projectkosten. De som van de cash- en in-kind bijdragen van de private partij(en) en/of (semi-)private partner(s) mag nooit groter zijn dan 50% van de projectkosten;
Het cash-deel van het projectbudget dekt de aan te vragen onderzoekspositie(s), het additionele budget en 5% NWO projectmanagement;
De cash- en in kind-bijdrage(n) die worden opgevoerd in de begroting corresponderen met de Letter(s) of Commitment. De cash-bijdrage(n) door de private en/of (semi-)private partner(s) worden in de Letter(s) of Commitment expliciet toegezegd aan NWO. In geval van honorering van de aanvraag wordt de cash-bijdrage van elke private of (semi-)private partner vastgelegd in een contract tussen NWO en de private of (semi-)private partner. NWO neemt de cash-bijdrage tevens op in de toekenningsbrief van het onderzoeksvoorstel;
Zie bijlage 6.2 voor de overige voorwaarden voor cash- en in kind- bijdragen;
NWO rekent 5% van de totale cash-projectkosten voor projectmanagement door NWO. Dit bedrag dekt deels de organisatie en uitvoering van de Complexity – Programmable Self-organisation-activiteiten. Tevens worden er onder andere bijeenkomsten van georganiseerd door NWO.
De volgende bijdragen van private partij(en) en/of (semi-)private partner(s) komen niet in aanmerking voor aanvullende financiering middels deze Call:
Kosten m.b.t. overhead, begeleiding, consultancy en/of deelname aan een gebruikerscommissie;
Kosten voor diensten die voorwaardelijk zijn. Er worden geen voorwaarden gesteld aan de levering van de bijdrage van de private partij of (semi-) private partner. De levering van de bijdrage van de private partij of (semi-) private partner is niet afhankelijk van het al dan niet bereiken van een bepaald stadium in het onderzoeksplan (bijv. go/no-go moment);
Kosten van apparatuur indien een van de (hoofd)doelen van de onderzoeksaanvraag is verbetering en/of meerwaarde te creëren van deze apparatuur.
Bij het indienen van de aanvraag moet iedere partner het financieel commitment bevestigen met een ‘letter of commitment’. Deze brief bestaat uit een expliciete verklaring aan de hoofdaanvrager van de overeengekomen financiële en/of gekapitaliseerde personele en/of materiële bijdrage, een toelichting op hoe de bijdrage(n) van de private partij(en) en/of (semi-)private partner(s) wordt ingezet en een toelichting op hoe de resultaten van het onderzoek zullen bijdragen aan de praktijk- of beleidsontwikkeling. De in de brief vermelde bedragen moeten overeenkomen met de bedragen in het budget van de aanvraag. Iedere ‘letter of commitment’ dient als losse bijlage bij de uitgewerkte aanvraag te worden geüpload in ISAAC. Indien de aanvraag gehonoreerd wordt, zal NWO op basis van de Letters of Commitment contact leggen met de partners, vragen om bevestiging van de medefinanciering en de bijdragen innen. Verdere afspraken dienen te worden vastgelegd in een (consortium)overeenkomst (zie hierboven). Iedere partner dient zich in de ‘letter of commitment’ bereid te verklaren om, indien de subsidie wordt toegekend, deze verdere afspraken vast te leggen in de consortiumovereenkomst.
NWO geeft géén aanvullende financiering op projectbijdragen van universiteiten, hogescholen, TO2-instellingen (waaronder TNO) en vergelijkbare onderzoeksinstellingen. Wel moet, indien een TO2-instelling of hogeschool participeert in een project, zij dit commitment ook met een ‘letter of commitment’ bevestigen11De letters of commitment van TNO-partners dienen te zijn ondertekend door een stuurgroeplid van ERP Complexit.. Indien het commitment van deze partij na toekenning wegvalt, verwacht NWO dat de overige leden van het consortium zoeken naar oplossingen om dit op te vangen.
NWO zal toezicht houden op de voortgang en resultaten van het gefinancierde onderzoek, hierbij gebruik makend van de planning en de verwachte resultaten zoals beschreven in de aanvraag.
Deze Call valt onder de paraplu van het NWO-brede programma Grip on Complexity en de projectleiders zullen een uitnodiging krijgen voor evenementen etc. die in dat kader worden georganiseerd.
Het vormen van de gemeenschap zal worden bevorderd door het instellen van een gezamenlijk bijeenkomstenprogramma. Onderzoekers die binnen het programma werkzaam zijn worden geacht aan dit bijeenkomstenprogramma deel te nemen.
Kennisuitwisseling tussen onderzoekers en niet-universitaire partners zal worden bevorderd via periodieke bijeenkomsten.
Bij aanvragen die worden gehonoreerd, moet het onderzoek binnen negen maanden na honorering van start zijn gegaan12De startdatum is de datum waarop de eerste uitvoerder ten laste van de NWO financiering star.. Indien dit niet het geval is, behoudt NWO ENW zich het recht voor passende maatregelen te nemen.
Een Complexity – Programmable Self-organisation-subsidie kent een looptijd van minimaal 2 en maximaal 5 jaar. Bij uitloop van het gesubsidieerde onderzoek behoudt NWO ENW zich het recht voor passende maatregelen te nemen.
Alle wetenschappelijke publicaties van onderzoek dat is gefinancierd op basis van toekenningen voortvloeiend uit deze ‘Call for Proposals’ dienen onmiddellijk (op moment van publicatie) voor iedereen Open Access toegankelijk te zijn. Er zijn verschillende manieren voor onderzoekers om Open Access te publiceren. Een uitgebreide toelichting hierop vindt u op www.nwo.nl/openscience.
Bij goed onderzoek hoort verantwoord datamanagement. NWO wil dat onderzoeksdata die voortkomen uit met publieke middelen gefinancierd onderzoek zo veel mogelijk ‘vrij’ en duurzaam beschikbaar komen voor hergebruik door andere onderzoekers. NWO wil bovendien het bewustzijn bij onderzoekers over het belang van verantwoord datamanagement vergroten. Aanvragen dienen daarom te voldoen aan het datamanagementprotocol van NWO. Dit protocol bestaat uit twee stappen:
Datamanagementparagraaf
De datamanagementparagraaf maakt deel uit van de onderzoeksaanvraag. Onderzoekers dienen vier vragen te beantwoorden over datamanagement binnen hun beoogde onderzoeksproject. Hij of zij wordt dus gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld. Vaak zullen al bij het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden om opslag en deling later mogelijk te maken. Onderzoekers kunnen zelf aangeven welke onderzoeksdata zij voor opslag en hergebruik relevant achten.
Datamanagementplan
Na honorering van een aanvraag dient de onderzoeker de datamanagementparagraaf uit te werken tot een datamanagementplan. Het datamanagementplan is een concrete uitwerking van de datamanagementparagraaf. De onderzoeker beschrijft in het plan of gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR: vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar gemaakt wordt. Uiterlijk 4 maanden na honorering van de aanvraag moet dat plan via ISAAC zijn ingediend bij NWO. NWO keurt het plan zo snel mogelijk goed. Goedkeuring van het datamanagementplan door NWO is voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.
Meer informatie over het datamanagementprotocol van NWO staat op: www.nwo.nl/datamanagement.
Het Nagoya Protocol is op 12 oktober 2014 van kracht gegaan en zorgt voor een eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit het gebruik van genetische rijkdommen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die voor hun onderzoek gebruikmaken van genetische bronnen in/uit het buitenland dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (www.absfocalpoint.nl). NWO gaat er vanuit dat zij de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen.
Het indienen van een aanvraag kan alleen via het online aanvraagsysteem ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.
Een hoofdaanvrager is verplicht zijn/haar aanvraag via zijn/haar eigen ISAAC-account in te dienen. Indien de hoofdaanvrager nog geen ISAAC-account heeft, dient hij/zij dat minimaal een dag voor het indienen aan te maken. Dit om eventuele aanmeldproblemen op tijd te kunnen verhelpen. Indien de hoofdaanvrager al een account bij NWO heeft, hoeft deze geen nieuw account aan te maken om een nieuwe aanvraag in te dienen.
Bij het indienen van uw aanvraag in ISAAC dient u ook online nog gegevens in te voeren. Begin daarom ten minste één dag vóór de deadline van deze call for proposals met het indienen van uw aanvraag. Aanvragen die na de deadline worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.
Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC-helpdesk, zie paragraaf 5.2.1.
Artikel 3
Richtlijnen voor aanvragers
Onderdeel van Call for proposals – Complexity – Programmable Self-organisation – ENW· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 25 juli 2017