1. 1. Het maximum van het verschuldigde bedrag voor het vanwege Defensie verstrekte gebruik van kost, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van het IBBAD, wordt gesteld op € 165,34 per maand.
  2. 2. Het maximum van het verschuldigde bedrag voor het vanwege Defensie verstrekte gebruik van inwoning, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van het IBBAD, wordt gesteld op € 306,01 per maand.
  3. 3. Het verschuldigde bedrag voor kost voor de ambtenaar, bedoeld in artikel 60, tweede lid, van het IBBAD, wordt gesteld op € 143,52 per maand.
  4. 4. Het verschuldigde bedrag voor inwoning voor de ambtenaar, bedoeld in artikel 60, tweede lid, van het IBBAD, wordt gesteld op € 208,70 per maand.
  5. 5. Bij geoorloofde afwezigheid wordt het bedrag dat voor het genot van kost verschuldigd zou zijn voor elke dag dat dit emolument niet wordt genoten, verminderd met € 4,78 per dag.