- **1.** Onze betrokken Minister legt een door hem verleende toestemming voor de uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in de artikelen 40, derde lid, 42, vierde lid, 43, tweede en vierde lid, 45, derde, vijfde en tiende lid, 47, tweede lid, 48, tweede lid, 49, vierde lid, 50, tweede en vierde lid, 53, tweede lid, 54, tweede lid en 57, tweede lid, ter toetsing voor aan de toetsingscommissie. Onze betrokken Minister verstrekt de toetsingscommissie daartoe het aan de toestemming ten grondslag liggende verzoek alsmede diens besluit. Onze betrokken Ministers verstrekken desgevraagd aan de toetsingscommissie alle inlichtingen en verlenen haar alle overige medewerking die zij voor een goede uitoefening van haar taak noodzakelijk acht.
- **2.** De uitoefening van de desbetreffende bevoegdheid vangt niet eerder aan dan nadat de toetsingscommissie ter zake haar oordeel heeft uitgebracht dat deze rechtmatig is verleend. Het oordeel wordt zo spoedig mogelijk uitgebracht.
- **3.** Indien de toetsingscommissie van oordeel is dat de toestemming niet rechtmatig is verleend, deelt zij haar oordeel met redenen omkleed aan Onze betrokken Minister mee. De door Onze betrokken Minister verleende toestemming vervalt dan van rechtswege.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2 › Paragraaf 3.2.2 › Paragraaf 3.2.2.2
Artikel 36 Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017
Onderdeel van Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2018
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. 36 bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon