De algemene raad legt bij de subsidiebeschikking de vereisten op dat de subsidie-ontvanger de toestemming van de algemene raad nodig heeft voor:
het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;
het wijzigen van de statuten;
het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen, indien zij mede zijn verworven door middel van de subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden;
het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit de subsidie;
het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening;
het vormen van fondsen en reserveringen (reserves en voorzieningen);
het vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de subsidie-ontvanger in de gewone uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties;
het ontbinden van de rechtspersoon;
het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surséance van betaling.
het aangaan van verplichtingen met een looptijd langer dan één jaar;
het verhogen van de personeelsformatie van de subsidie-ontvanger;
het uitputten en onderling aanvullen van begrotingsposten;
de aanpassing van de berekening van uurtarieven, kostenbegrippen en productienormen;
Artikel 5
Benodigde toestemming
Onderdeel van Beleidsregel subsidies NOvA· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2017