Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Strafrechtelijk kader en strafbaarheid

Onderdeel van Aanwijzing vervolgingsbeslissing inzake late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 december 2017

De afbreking van de zwangerschap in geval van een aandoening, waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de ongeborene niet in staat is buiten het moederlichaam in leven te blijven, valt niet onder werking van artikel 82a van het Wetboek van Strafrecht (verder: Sr) omdat geen sprake is van een levensvatbare ongeborene. Artikel 296 Sr en de Wet afbreking zwangerschap zijn wel van toepassing. Dit houdt in dat afbreking van de zwangerschap in een categorie 1-geval niet strafbaar is als aan de eisen gesteld in artikel 296, vijfde lid, Sr en aan de eisen genoemd in de Wet afbreking zwangerschap is voldaan. De afbreking van een zwangerschap in geval van een aandoening, waarbij bij de ongeborene sprake is van één of meer aandoeningen die tot ernstige en niet te herstellen functiestoornissen leidt of leiden of omdat voor de ongeborene naar redelijke verwachting een beperkte kans op overleven bestaat, valt niet alleen onder de werking van artikel 296 Sr en de Wet zwangerschapsafbreking, maar ook onder de werking van artikel 82a Sr en 289 Sr en is dus in beginsel strafbaar. Een beroep op de rechtvaardigingsgrond van overmacht in de zin van noodtoestand (artikel 40 Sr) kan de strafbaarheid van het feit wegnemen, indien aan de zorgvuldigheidseisen genoemd in artikel 6 van de Regeling is voldaan. De Beoordelingscommissie brengt haar oordeel van zowel het zorgvuldig als het onzorgvuldig handelen ter kennis van het College. Het College beoordeelt vervolgens of de arts een geslaagd beroep toekomt op de bovengenoemde strafuitsluitingsgrond. De zorgvuldigheidseisen, neergelegd in artikel 6 van de Regeling, zijn hieronder nader uiteengezet in paragraaf 4.2. De levensbeëindiging bij pasgeborenen valt door het ontbreken van een verzoek van de patiënt niet onder de werking van de artikelen 293 en 294 Sr maar onder de werking van artikel 82a en 289 Sr en is dus in beginsel strafbaar. Een beroep op de rechtvaardigingsgrond van overmacht in de zin van noodtoestand (art. 40 Sr) kan de strafbaarheid wegnemen, indien aan de zorgvuldigheidseisen genoemd in artikel 7 van de Regeling is voldaan. De zorgvuldigheidseisen zijn hieronder uiteengezet in paragraaf 4.2. Beslissingen om artsen al dan niet te vervolgen in verband met artikel 82a, 289 en 296 Sr zijn aan te merken als gevoelige zaken die het College meldt aan de Minister van Veiligheid en Justitie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel