**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat met betrekking tot inherent veilige toestellen of inherent veilige versnellers:
het toestel of de versneller zodanig in een apparaat is ingebouwd dat het niet in werking kan zijn of in werking kan treden als het apparaat geopend is. De omkasting van het toestel of de versneller is daartoe, indien mogelijk, met schakelaars die de werking mechanisch gedwongen verbreken, beveiligd;
het toestel of de versneller uitsluitend gebruikt wordt wanneer de beveiligingen die op het apparaat zijn aangebracht ter beperking van de stralingsniveaus buiten het apparaat, in goede staat functioneren;
op geen enkel punt op 0,1 meter afstand van een bereikbare buitenzijde van het apparaat een omgevingsdosisequivalenttempo gemeten kan worden van meer dan 1 microsievert per uur, en
het apparaat is voorzien van een waarschuwingsteken.
**2.** De ondernemer zorgt ervoor dat met betrekking tot andere toestellen of versnellers dan bedoeld in het eerste lid:
een zodanige afscherming is aangebracht dat de ioniserende straling die naar buiten treedt, uitgezonderd op de plaats van de opening bestemd voor het naar buiten treden van de nuttige stralenbundel, zo weinig als redelijkerwijs mogelijk schade kan toebrengen;
een middel dat de grootte van de nuttige stralenbundel bepaalt, wordt gebruikt, dat ten minste dezelfde mate van bescherming tegen straling waarborgt als het omhulsel van het toestel of de versneller;
het toestel of de versneller en de bijbehorende hulp- en beveiligingsmiddelen zodanig zijn opgesteld en worden afgeschermd dat personen zich niet aan de primaire stralenbundel behoeven bloot te stellen, tenzij zij een medische blootstelling of niet-medische beeldvorming ondergaan;
maatregelen worden getroffen ten aanzien van de opstelling en werkwijze van een toestel of een versneller om zoveel als redelijkerwijs te voorkomen dat door verstrooide straling personen, anders dan bedoeld onder onderdeel c van dit lid, worden blootgesteld;
een toestel of een versneller niet door een onbevoegde in werking kan worden gesteld;
maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat personen onbevoegd de ruimte of plaats kunnen betreden wanneer het toestel of de versneller dat daar is opgesteld in werking is;
het toestel of de versneller is voorzien van een waarschuwingsteken;
indien er geen handelingen worden verricht met het toestel of de versneller deze is opgeslagen in een voorziening die deugdelijk is afgesloten, of de ruimte waarin het toestel of de versneller zich bevindt deugdelijk is afgesloten, en uitsluitend mag worden geopend door de ondernemer en personen die daartoe van hem de bevoegdheid hebben gekregen.
**3.** De afschermingseisen bedoeld in het tweede lid, onder a, gelden niet:
voor het testen van een toestel of een versneller, of
tijdens reparatie, onderhoud of onderzoek aan toestellen opgesteld in laboratoria of beproevingsruimten, of reparatie, onderhoud of onderzoek aan een versneller;
mits maatregelen zijn genomen waardoor blootstelling van personen ten gevolge van uitwendige bestraling zoveel als redelijkerwijs mogelijk wordt voorkomen.
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Hoofdstuk 4 › § 4.2
Artikel 4.5
(eisen aan toestellen en versnellers)
Onderdeel van ANVS-verordening basisveiligheidsnormen stralingsbescherming· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 6 februari 2018