De ondernemer zorgt ervoor dat:
de ruimte waarin het toestel of de versneller is opgesteld en het gebruik van het toestel of de versneller in stralingshygiënisch opzicht op elkaar zijn afgestemd;
het omgevingsdosisequivalenttempo zo laag is dat de effectieve dosis voor personen niet meer bedraagt dan 1 millisievert per jaar:
op de plaats van bediening van het toestel of de versneller, met uitzondering in geval van interventieradiologie, en
buiten de ruimte of plaats waar het toestel of de versneller wordt gebruikt;
in het geval het een toestel betreft: in de ruimte waarin het toestel is opgesteld voorzieningen aanwezig zijn om de blootstelling van werknemers te beperken, en
aanvullend organisatorische maatregelen zijn genomen indien de benodigde dosisbeperking niet met bouwkundige maatregelen gerealiseerd kan worden.
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Hoofdstuk 4 › § 4.2
Artikel 4.6
(veiligheidseisen toestellen en versnellers)
Onderdeel van ANVS-verordening basisveiligheidsnormen stralingsbescherming· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 6 februari 2018