De familievertrouwenspersoon heeft vrije toegang tot betrokkene en behoeft geen toestemming van derden om te spreken met betrokkene, voor zover:
- - **a.** familie of naasten hierom verzoeken,
- - **b.** het voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is, en
- - **c.** betrokkene daarmee uitdrukkelijk instemt