1. 1. De zorgverantwoordelijke kan, indien er sprake is van verzet als bedoeld in artikel 1:4, beslissen tot het toepassen van middelen of maatregelen waar het zorgplan met inachtneming van de artikelen 9:5 en 9:6 niet in voorziet, voor zover dit tijdelijk ter afwending van een noodsituatie, die door betrokkene in de accommodatie als gevolg van de psychische stoornis wordt veroorzaakt, noodzakelijk is gelet op:
    • - a. ernstig nadeel voor betrokkene of anderen,
    • - b. de veiligheid binnen de accommodatie,
    • - c. de bescherming van rechten en vrijheden van anderen, of
    • - d. de voorkoming van strafbare feiten.
  2. 2. De artikelen 8:12, eerste en tweede lid, en 8:13 zijn van overeenkomstige toepassing.
  3. 3. De middelen en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, worden bij algemene maatregel van bestuur aangewezen.