Niet op alle artikelen van de wet zijn beleidsregels gemaakt. In deze leidraad zijn alleen de artikelen opgenomen waarop wel beleidsregels zijn gemaakt.
Deze Leidraad verstaat onder:
Belastingdienst: Belastingdienst/Caribisch Nederland
BW BES: Burgerlijk Wetboek BES
directeur: de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland;
echtgenoot: de persoon waarmee de belastingschuldige een gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel 2 van het Besluit onderstand BES, voert;
het Gerecht in eerste aanleg: het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
het Hof: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
landelijk directeur Particulieren, dienstverlening en bezwaar: de in artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 bedoelde landelijk directeur van het relevante organisatieonderdeel van de Belastingdienst/Belastingen te Nederland;
Rv BES:Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES;
uitvoeringsbesluit:Uitvoeringsbesluit Belastingwet BES;
uitvoeringsregeling:Uitvoeringsregeling Belastingwet BES;
wet:Belastingwet BES;
zakelijke belastingen: hieronder vallen Inkomstenbelasting, Loonbelasting, Algemene bestedingsbelasting, Opbrengstbelasting, Vastgoedbelasting, Overdrachtsbelasting en Kansspelbelasting
Voor zover de wet hierop van toepassing is – en uit het zinsverband niet anders volgt – strekken de in deze Leidraad opgenomen beleidsvoorschriften zich ook uit tot premies en vorderingen waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen tenzij uit aanwijzingen van derden voor wie de Belastingdienst invordert anders volgt.
Als de invordering op verschillende manieren kan plaatsvinden, heeft de eenvoudigste, snelste en minst kostbare wijze voor de Belastingdienst de voorkeur.
De invordering met betrekking tot aansprakelijkgestelden en andere derden vindt voor een groot deel op overeenkomstige wijze plaats als de invordering met betrekking tot belastingschuldigen. Voor zover dat het geval is wordt onder belastingschuldigen ook begrepen aansprakelijkgestelden en andere derden.
Als de ontvanger invorderingsmaatregelen wil treffen die het voortbestaan kunnen bedreigen van een bedrijf of geheel van bij elkaar horende bedrijven met meer dan vijftig werknemers, vraagt hij daarvoor toestemming aan de landelijk directeur Particulieren, dienstverlening en bezwaar te Nederland.
Op verzoek van de belastingschuldige of zijn gemachtigde geeft de ontvanger een verklaring af, dat op dat moment geen belastingaanslagen of andere vorderingen openstaan waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen. Ook verklaart de ontvanger desgevraagd dat zich de afgelopen drie jaren voor wat betreft de invordering geen moeilijkheden hebben voorgedaan. Hierbij kan worden gedacht aan niet (tijdig) betalen of uitstel in verband met betalingsproblemen. In de verklaring kan de ontvanger nadere bijzonderheden vermelden.
De ontvanger zendt de verklaring aan het adres van de belastingschuldige of reikt deze aan hem uit. Toezending of uitreiking aan een ander dan de belastingschuldige is niet toegestaan, tenzij de ontvanger zich ervan heeft overtuigd dat die ander tot ontvangst van de verklaring bevoegd is.
Om de rechten van de Staat veilig te stellen heeft de ontvanger naast de versnelde invordering de mogelijkheid conservatoir beslag te leggen. Feiten en omstandigheden bepalen de keuze van de ontvanger.
Het kan gebeuren dat de ontvanger geen toestemming krijgt tot het leggen van conservatoir beslag omdat de rechter in eerste aanleg geen gegronde vrees voor verduistering van de goederen aanwezig acht. In zo’n situatie legt de ontvanger niet alsnog om dezelfde reden executoriaal beslag op grond van artikel 8.52 van de wet.
Als het niet mogelijk is eerst een belastingaanslag op te leggen, vraagt de ontvanger slechts verlof om conservatoir beslag te leggen als de belasting in redelijkheid materieel verschuldigd is. Het opleggen van de belastingaanslag wordt beschouwd als het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 700, derde lid, Rv BES.
In gerechtelijke procedures (eerste aanleg en hoger beroep) waarin de ontvanger als eiser optreedt, moet hij toestemming hebben van de landelijk directeur Particulieren, dienstverlening en bezwaar te Nederland. Het voorgaande geldt niet voor:
verklaringsprocedures in het kader van derdenbeslagen;
kantonzaken;
verzoekschriftprocedures;
aansprakelijkheidsprocedures;
procedures die worden ingesteld naar aanleiding van een verzet ex artikel 435, derde lid, of artikel 708, tweede lid, Rv BES.
Artikel 8.38
Taken en bevoegdheden van de ontvanger
Onderdeel van Invordering, Leidraad Invordering BES· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 29 maart 2018