Naar hoofdinhoud

Artikel 8.49

Tenuitvoerlegging dwangschriften

Onderdeel van Invordering, Leidraad Invordering BES· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 29 maart 2018

Als de ontvanger naast zaken van de belastingschuldige, ook zaken in beslag heeft genomen waar derden rechten op hebben, wint hij die zaken uit in de volgende volgorde: Zaken van belastingschuldige zelf. Zaken waar anderen dan de belastingschuldige een beperkt recht op hebben. Zaken die eigendom zijn van derden. De ontvanger hoeft deze volgorde niet in acht te nemen als op voorhand duidelijk is dat: de hoogte van de belastingschuld aantasting van de rechten van derden onvermijdelijk maakt, of het belang van de invordering zich hiertegen verzet. Als de ontvanger van een derde een bedrag krijgt aangeboden ter opheffing van het beslag dat hij ten laste van de belastingschuldige heeft gelegd, kan de ontvanger hieraan zijn medewerking verlenen. Hierbij moet ten minste zijn voldaan aan de volgende voorwaarden: Het aangeboden geldbedrag komt niet direct of indirect uit het vermogen van de belastingschuldige. Het aangeboden geldbedrag is aanzienlijk hoger dan de opbrengst die naar verwachting zou zijn verkregen bij een executie. De belangen van de Staat worden niet geschaad. De ontvanger houdt bij zijn beslissing rekening met de gerechtvaardigde belangen van andere schuldeisers die op de betreffende zaken verhaal zoeken. Hij kan aan zijn medewerking nadere voorwaarden verbinden. Als een onderhandse verkoop van in beslag genomen zaken naar verwachting aanzienlijk meer oplevert dan de verwachte opbrengst bij openbare verkoop, vraagt de ontvanger de belastingschuldige om instemming met de onderhandse verkoop. Indien de belastingschuldige zijn instemming niet verleent en daarbij geen redelijk belang heeft, kan de ontvanger besluiten over te gaan tot onderhandse verkoop. De ontvanger gaat allereerst na of het bod afkomstig is van een onafhankelijke derde. Als de koopsom direct of indirect uit het vermogen van de belastingschuldige komt, gaat de ontvanger niet akkoord met een onderhandse verkoop. Daarnaast houdt de ontvanger rekening met de gerechtvaardigde belangen van eventuele derde-rechthebbenden die zich bij hem bekend hebben gemaakt. De ontvanger stelt deze derden in de gelegenheid om een bedrag aan te bieden ter opheffing van het beslag. De ontvanger heft het beslag niet op wanneer het aangeboden bedrag direct of indirect uit het vermogen van de belastingschuldige afkomstig is. Onderhandse verkoop vindt niet plaats als hierdoor de belangen van de Staat worden geschaad. De ontvanger kan de mogelijkheid hebben om te kiezen tussen: een aangeboden bedrag ter opheffing van het beslag als bedoeld in artikel 8.49.1.2. van deze leidraad; een onderhandse verkoop als bedoeld in artikel 8.49.1.3. van deze leidraad. De ontvanger geeft dan in het algemeen de voorkeur aan opheffing van het beslag. Hierbij geldt als voorwaarde dat de hierdoor verkregen opbrengst niet lager is dan die van een onderhandse verkoop. Als de belastingdeurwaarder op het woonadres van de belastingschuldige niemand thuis treft en beslag op roerende zaken alleen kan plaatsvinden met gebruikmaking van artikel 444 Rv BES, blijft deze wijze van tenuitvoerlegging vooralsnog achterwege. De belastingdeurwaarder laat in zo’n situatie een schriftelijke kennisgeving achter met vermelding van dag en uur waarop hij zich weer op het woonadres zal vervoegen. Deze handeling blijft achterwege als een belastingschuldige stelselmatig achter elkaar hierop heeft laten aankomen of als hij van deze handelwijze misbruik maakt dan wel als op andere wijze het belang van de invordering zich tegen deze handelwijze verzet. Het beslag wordt gelegd op zoveel zaken als – naar het oordeel van de belastingdeurwaarder – ruimschoots voldoende is voor dekking van de openstaande schuld inclusief interest en kosten. Als het de belastingdeurwaarder bekend is dat onder de voor beslag vatbare zaken zich zaken van derden bevinden waarop ook verhaal mogelijk is, legt hij eerst zoveel mogelijk beslag op de zaken die eigendom zijn van de belastingschuldige. Pas als de zaken van de belastingschuldige zelf onvoldoende dekking bieden voor de openstaande schuld, legt de ontvanger beslag op de zaken van derden. Nadat de belastingdeurwaarder beslag heeft gelegd op roerende zaken, zorgt hij ervoor dat de belastingschuldige zoveel mogelijk het feitelijk gebruik behoudt. Onder bijzondere omstandigheden kan de belastingdeurwaarder beslagen zaken wegvoeren. Hij stelt daartoe een gerechtelijke bewaarder aan als bedoeld in Rv BES. Het aanstellen van een bewaarder ontheft de ontvanger niet van zijn verantwoordelijkheid met betrekking tot de in beslag genomen zaken. Het wegvoeren van zaken is mogelijk, als dit voor het behoud van die zaken redelijkerwijs noodzakelijk is (artikel 446 Rv BES). Dit is bijvoorbeeld aan de orde als de zaken dreigen te worden verduisterd of beschadigd. Hetzelfde geldt als er gegronde vrees bestaat dat verhaal op de zaken ernstig bemoeilijkt wordt of feitelijk onmogelijk is als de zaken niet worden afgevoerd. De belastingdeurwaarder maakt slechts gebruik van de mogelijkheid tot het wegvoeren van de beslagen zaken als: de verwachting bestaat dat zonder het wegvoeren de schuld niet volledig kan worden ingevorderd, en de ontvanger na een marginale toetsing tot het oordeel is gekomen dat de belastingaanslagen materieel verschuldigd zijn. Het wegvoeren van zaken gebeurt niet dan na daartoe verkregen toestemming van de directeur. De toestemming kan ook worden verkregen van de plaatsvervanger van de directeur of van een andere door die directeur of zijn plaatsvervanger daartoe aangewezen functionaris. De belastingdeurwaarder dan wel de bewaarder kan tot afsluiting van de ruimte overgaan waarin ten laste van de onderneming in beslag genomen zaken zich bevinden als: de omstandigheden zich voordoen als genoemd in artikel 8.49.2.4 van deze leidraad, en de desbetreffende zaken niet of slechts tegen naar verhouding zeer hoge kosten kunnen worden afgevoerd. Voor de afsluiting is voorafgaande toestemming vereist van de directeur. De toestemming kan ook worden verkregen van de plaatsvervanger van de desbetreffende directeur of van een andere door die directeur of zijn plaatsvervanger daartoe aangewezen functionaris. Na afsluiting zal de belastingdeurwaarder zo spoedig mogelijk tot executoriale verkoop overgaan. Als de belastingdeurwaarder beslag legt op computerapparatuur, valt alleen de zogenoemde ‘hardware’ onder dit beslag. De belastingdeurwaarder moet – voordat hij tot executoriale verkoop overgaat – nagaan of deze apparatuur nog de zogenoemde ‘software’ bevat (bestanden, programma’s en dergelijke). Als dat het geval is, moet hij de belastingschuldige de mogelijkheid bieden om die software te verwijderen en een back-up te maken. Als de belastingschuldige dit niet doet, moet de belastingdeurwaarder de software (laten) verwijderen. Om een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen, kan de ontvanger een andere medewerker van de Belastingdienst/Caribisch Nederland opdragen voor rekening van het Rijk te bieden. De ontvanger die beslag op een onroerende zaak heeft laten leggen en ook de huur of pacht wil incasseren, doet hiervoor zoveel mogelijk een vordering ex artikel 8.54 van de wet onder de huurder of pachter. Er wordt in deze situatie dus niet gehandeld als bedoeld in artikel 507, derde lid, Rv BES. Als naast een derdenbeslag ook een vordering op grond van artikel 8.54 van de wet mogelijk is, kiest de ontvanger voor het doen van een vordering. Als de ontvanger beslag wil leggen op het loon van de belastingschuldige, moet hij rekening houden met de beperking die is geregeld in artikel 1614g van Boek 7A BW BES. Hierin is geregeld dat beslag onder de werkgever op het door deze aan de belastingschuldige verschuldigde loon is niet verder geldig dan tot een derde gedeelte van het in geld vastgestelde loon. Als de ontvanger beslag wil leggen op een andere periodieke uitkering dan loon – bijvoorbeeld een pensioenuitkering – en de belastingschuldige toont aan dat hij en zijn gezin volledig afhankelijk zijn voor hun levensonderhoud van deze periodieke uitkering, kan de ontvanger met overeenkomstige toepassing van de eerste alinea de vordering beperken tot een derde gedeelte van de in geld vastgestelde uitkering. De ontvanger doet dit niet als blijkt dat op het vrijgelaten gedeelte door derden beslag is of wordt gelegd. Als er op het moment dat de ontvanger beslag wil leggen al beslag ligt op het loon of een andere periodieke uitkering, moet de derde onder wie beslag is gelegd de gegevens van de gerechtsdeurwaarder aan de ontvanger doorgeven. De ontvanger informeert daarop de gerechtsdeurwaarder dat hij beslag wil leggen op het loon of de periodieke uitkering. De ontvanger deelt de andere schuldeiser ook mee dat hij mogelijk enige tijd geen gelden uit zijn derdenbeslag zal ontvangen, omdat de ontvanger een preferente vordering heeft op grond van artikel 8.55 van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel