Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Einde lidmaatschap

Onderdeel van Regeling cliëntenparticipatie UWV 2018· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 8 mei 2024

1. Het lidmaatschap van de cliëntenraad eindigt: wegens het bereiken van de maximale termijn waarvoor een cliënt als lid kan worden benoemd; op eigen verzoek; op verzoek van de organisatie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen; op grond van een besluit tot beëindiging van het lidmaatschap van een lid van de cliëntenraad van de Raad van Bestuur op basis van artikel 10 lid 9 van deze regeling; wegens een afwezigheid van de helft of meer van de vergaderingen van de cliëntenraad op jaarbasis. De cliëntenraad kan unaniem besluiten hiervan af te wijken. indien het lid de status van cliënt verliest; Voor een lid van de centrale cliëntenraad, door verhuizing naar een ander land; Voor een lid van een decentrale raad, door verhuizing naar een ander district; vervallen; wegens overlijden. 2. Indien de meerderheid van de leden van een cliëntenraad van oordeel is dat door toedoen van een lid een vruchtbare samenwerking bij de werkzaamheden van de cliëntenraad ernstig en/of langdurig wordt belemmerd, kan de cliëntenraad de Raad van Bestuur schriftelijk en gemotiveerd verzoeken het lidmaatschap van het desbetreffende lid te beëindigen. De Raad van Bestuur beslist gemotiveerd op dit verzoek en betrekt daarbij het advies van de adviescommissie als bedoeld in artikel 10. 3. Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, wordt het betreffende cliëntenraadslid gedurende de procedure van de adviescommissie uitgesloten van alle activiteiten van de cliëntenraad. Daarbij wordt de procedure van de adviescommissie geacht te zijn gestart op het moment dat gestemd is door de cliëntenraad onder de voorwaarde dat binnen 5 werkdagen na stemming door de cliëntenraad het in lid 2 van dit artikel bedoelde schriftelijke verzoek de Raad van Bestuur heeft bereikt. 4. Indien het lidmaatschap van een cliëntenraad op basis van het eerste of tweede lid eindigt, wordt het betreffende lid vervangen door een nieuw te benoemen lid. De benoeming geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 8. 5. Bij voorzien langdurig verzuim van een cliëntenraadslid, kan de belangenorganisatie die het lid heeft voorgedragen, na overleg met UWV voor de duur van het verzuim een vervangend lid afvaardigen. De overige bepalingen in deze regeling met betrekking tot leden van cliëntenraden zijn van overeenkomstige toepassing op een vervangend lid van een cliëntenraad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel