Het overlijden van een ondernemer brengt mee dat het vermogen van de onderneming op het onmiddellijk aan het overlijden voorafgaande tijdstip geacht wordt tegen de waarde in het economische verkeer te zijn overgedragen aan degene aan wie het krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht toekomt (artikel 3.58, eerste lid, Wet IB 2001). Om deze afrekening te voorkomen, kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de artikelen 3.62 of 3.63 Wet IB 2001 (doorschuiffaciliteiten).
Van voortzetting van een onderneming als bedoeld in artikel 3.62, eerste lid, Wet IB 2001 kan niet worden gesproken bij de verkrijging krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht van een verhuurde onderneming. Uit een verhuurde onderneming kan slechts belastbare winst uit onderneming worden genoten indien de onderneming voorafgaande aan de verhuur voor rekening en risico van de verhuurder is gedreven. De omstandigheid dat de overleden belastingplichtige kwalificeert als ondernemer op grond van het in de vorige volzin beschreven voortgezette ondernemerschap, doet de verkrijger voor de verkregen verhuurde onderneming niet als ondernemer in de zin van artikel 3.4 Wet IB 2001 kwalificeren.
Van voortzetten is sprake als de voortzetters subjectief ondernemer worden met betrekking tot de verkregen objectieve onderneming. De huurder van een onderneming kan de onderneming van de overleden verhuurder echter niet rechtstreeks voortzetten, aangezien de voortzetter de onderneming niet aan zichzelf kan verhuren. In het algemeen zullen in een dergelijke situatie de van de overleden verhuurder van de onderneming verkregen vermogensbestanddelen bij de huurder wel kunnen gaan behoren tot het ondernemingsvermogen van zijn (voorheen gehuurde) subjectieve onderneming, hetzij als verplicht ondernemingsvermogen of als keuzevermogen.
Het uitsluiten van de toepassing van artikel 3.62 Wet IB 2001 acht ik, in de situatie waarin de huurder de gehele onderneming van de overleden verhuurder voortzet, gelet op doel en strekking van de regeling niet wenselijk.
Ik keur daarom onder voorwaarden goed dat de regeling van artikel 3.62 Wet IB 2001 op verzoek eveneens wordt toegepast in de hiervoor beschreven situatie van overgang krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht van de gehele verhuurde onderneming aan de huurder van de betreffende onderneming.
Aan deze goedkeuring verbind ik de volgende voorwaarden:
de verkrijger verklaart schriftelijk zich niet te beroepen op een onjuiste toepassing van artikel 3.62 Wet IB 2001 ten gevolge van de goedkeuring;
de verkrijger rekent de vermogensbestanddelen die zijn verkregen tot zijn ondernemingsvermogen.
In het geval een firmant overlijdt en de overblijvende firmanten zijn onderneming krachtens een overnemings- dan wel toescheidingsbeding overnemen of krachtens verblijvingsbeding verkrijgen, kan de situatie zich voordoen dat de onderneming civielrechtelijk korte tijd eigendom is van de niet-voortzettende erfgenamen.
Een vergelijkbare situatie kan zich voordoen in het geval een ondernemer overlijdt en de onderneming zal worden voortgezet door een werknemer van de onderneming. Hierdoor zou strikt genomen afrekening op grond van artikel 3.58 Wet IB 2001 moeten plaatsvinden. Artikel 3.62 Wet IB 2001 is niet van toepassing omdat de erfgenamen niet voortzetten. Artikel 3.63 Wet IB 2001 kan evenmin worden toegepast omdat de voortzetter de onderneming niet verkrijgt van iemand met wie hij 36 maanden in een samenwerkingsverband heeft gezeten of binnen wiens onderneming hij gedurende 36 maanden werknemer is geweest. Het op artikel 3.63 Wet IB 2001 gebaseerde artikel 13a, tweede lid, onderdeel f, URIB 2001 zou in die gevallen geen betekenis hebben.
In bovenstaande situaties keur ik goed dat geruisloze doorschuiving met toepassing van artikel 3.63 Wet IB 2001 juncto artikel 13a, tweede lid, onderdeel f, URIB 2001 kan plaatsvinden hoewel de onderneming van de overledene eerst tot de nalatenschap gaat behoren en niet-voortzettende erfgenamen deze leveren aan de voortzettende firmant of werknemer. Uiteraard moet aan de overige wettelijke eisen van artikel 3.63 Wet IB 2001 worden voldaan.
Artikel 4
Overdracht onderneming na overlijden
Onderdeel van Inkomstenbelasting, doorschuifregeling met toepassing van de artikelen 3.62 of 3.63 van de Wet inkomstenbelasting 2001· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 31 mei 2018