Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › § 4

Artikel 20

Artikel 20

Onderdeel van Regeling energie vervoer· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 20 juni 2026

1. Bij de aanvraag van een rekening met inboekfaciliteit verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg een overzicht van de administratieve organisatie, bedoeld in artikel 10. 2. Bij de aanvraag van een rekening met inboekfaciliteit verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg voorts de volgende gegevens: indien de onderneming een geleverde hoeveelheid vloeibare biobrandstof wil inboeken: de naam en het vestigingsadres van de opslaglocatie voor het leveren aan de Nederlandse markt voor vervoer, uitgezonderd indien artikel 9.7.4.2, tweede lid, van de wet, van toepassing is; per opslaglocatie de naam van het voor die opslaglocatie gehanteerde duurzaamheidssysteem of de voor die opslaglocatie gehanteerde duurzaamheidssystemen; bewijs dat de opslaglocatie, bedoeld onder 2, gecertificeerd is door het duurzaamheidssysteem of de duurzaamheidssystemen en dat die certificering geldig is; en het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid gasvormige biobrandstof wil inboeken: bij levering met het distributiesysteem voor gas: het EAN en het adres van de aansluiting of bemeterd allocatiepunt, de naam van de distributiesysteembeheerder voor gas van die aansluiting of bemeterd allocatiepunt en een machtiging om bij de distributiesysteembeheerder voor gas informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluiting of bemeterd allocatiepunt op het distributiesysteem voor gas in te winnen; bij levering met een directe lijn: het adres waar het bemeterd leverpunt zich bevindt. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong wil inboeken: de naam en het vestigingsadres van de opslaglocatie voor het leveren aan de Nederlandse markt voor vervoer; per opslaglocatie de naam van het voor die opslaglocatie gehanteerde vrijwillige systeem of de voor die opslaglocatie gehanteerde vrijwillige systemen; bewijs dat de opslaglocatie, bedoeld onder sub 2, gecertificeerd is door het vrijwillige systeem of de vrijwillige systemen en dat die certificering geldig is; en het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong wil inboeken: bij levering vanaf een locatie: de naam en het vestigingsadres van de locatie voor het leveren van waterstof aan vervoer in Nederland en een afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van het besluit en, indien van toepassing, het bewijs dat de locatie gecertificeerd is door een vrijwillig systeem en dat die certificering geldig is; bij levering met een waterstofcontainer: de naam en het adres van locatie waar de waterstof wordt geproduceerd en waar vanaf met een waterstofcontainer aan binnenschepen en zeeschepen wordt geleverd en het bewijs dat de locatie gecertificeerd is door een vrijwillig systeem en dat die certificering geldig is. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid elektriciteit wil inboeken: bij levering als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, van het besluit: het EAN en het adres van de aansluiting, het bewijs dat de aansluiting uitsluitend bestemd is voor de levering van elektriciteit aan het gekoppelde bemeterd leverpunt, de naam van de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit van die aansluiting en een machtiging om bij de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluiting op te vragen; of bij levering als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van het besluit: het EAN en het adres van de aansluiting, het bewijs dat het bemeterd leverpunt voorzien is van een geregeld meetinstrument, de naam van de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit van die aansluiting en een machtiging om bij de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van het bemeterd leverpunt op te vragen; of bij levering als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c, van het besluit: het EAN en het adres van de aansluiting, een bewijs van het leveren van openbaarvervoersdiensten, de naam van de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit van die aansluiting en een machtiging om bij de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluiting of bemeterd allocatiepunt op te vragen; of bij levering als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder a, van het besluit: de vereisten van sub 1 tot en met 3, en het bewijs dat wordt geleverd met behulp van verwisselbare accu’s en de locatie waar de verwisselbare accu’s geladen wordt; of bij levering als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder b, van het besluit: de vereisten van sub 1 tot en met 3, en het bewijs dat wordt geleverd met behulp van een accupakket of elektrolyt en de locatie waar het accupakket of de elektrolyt geladen wordt; of bij levering als bedoeld in artikel 10, derde lid, onder a, van het besluit: het EAN en het adres van de aansluiting, het bewijs dat de met de directe lijn geleverde hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen uitsluitend bestemd is voor de levering van die elektriciteit aan het bemeterd leverpunt, de naam van de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit van die aansluiting en een machtiging om bij de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluiting op te vragen; of bij levering als bedoeld in artikel 10, derde lid, onder b, van het besluit: het EAN en het adres van de aansluiting, het bewijs dat op het adres van de onderneming opgewekte hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen uitsluitend bestemd is voor de levering van die elektriciteit aan het bemeterd leverpunt, de naam van de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit van die aansluiting en een machtiging om bij de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluiting op te vragen; en onderbouwing dat de onderneming voldoet aan de drempelwaarde als bedoeld in artikel 9, zesde lid, voor het inboeken van geleverde hoeveelheden elektriciteit. indien een inboekdienstverlener een hoeveelheid geleverde of geladen elektriciteit wil inboeken: onderbouwing dat hij aan de drempelwaarde voldoet als bedoeld in artikel 9, zesde lid; een machtiging van de partijen als bedoeld in artikel 9, zevende lid, om bij de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit informatie op te vragen over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluitingen. 3. Bij de aanvraag van een rekening met alleen een overboekfaciliteit verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg een bewijs dat de onderneming als hoofdactiviteit het bedrijfsmatig handelen in energiederivaten, broeikasgasemissierechten of emissiereductie-eenheden heeft. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie Richtlijn (EU) 2023/2413 (bevordering energie uit hernieuwbare bronnen)) in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel