Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2

Artikel 28

Artikel 28

Onderdeel van Regeling energie vervoer· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 20 juni 2026

1. De hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong gebruikt bij de productie van een conventionele vervoersbrandstof of een biobrandstof die wordt ingeboekt is de fysieke hoeveelheid in liters bij een temperatuur van 15°C of kilogram die blijkt uit de meter en de bedrijfsadministratie van de raffinaderij waar de hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong is ingezet. 2. Voor een hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die wordt ingeboekt stelt de raffinaderijhouder op basis van zijn massabalans en desbetreffende soort brandstof een bewijs van hernieuwbaarheid op ten behoeve van het bestuur van de emissieautoriteit. 3. De door het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong verwezenlijkte broeikasgasemissiereductie telt niet mee bij de berekening van de broeikasgasemissiereducties van de biobrandstoffen. 4. Bij het inboeken van een gebruikte hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong bij de productie van een conventionele vervoersbrandstof of een biobrandstof vermeldt de inboeker de gegevens, bedoeld in bijlage 8a. 5. De inboeker bewaart de gegevens, bedoeld in bijlage 8a, en de bewijsstukken ter onderbouwing van die gegevens, ten minste vijf jaar vanaf het kalenderjaar waarop die gegevens betrekking hebben. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie Richtlijn (EU) 2023/2413 (bevordering energie uit hernieuwbare bronnen)) in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel