Politiegegevens kunnen, voor zover dit noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de politietaak in Nederland (met uitzondering van de BES-eilanden) of in het desbetreffende buitenland, worden verstrekt aan de autoriteiten in een land binnen het Koninkrijk (inclusief de BES-eilanden) of een ander land die in het kader van de uitoefening van de politietaak hieraan behoefte heeft (art. 17 lid 3 Wpg). De bedoelde verstrekking van politiegegevens kan plaatsvinden op verzoek (passief) van de autoriteit van een land binnen het Koninkrijk of buitenland (met een rechtshulpverzoek) of op eigen initiatief (actief) ter voorkoming van een ernstig misdrijf of de voorkoming van een ernstig gevaar voor de openbare orde. De verstrekking van informatie die niet is vergaard in het kader van een desbetreffend rechtshulpverzoek, is een doelafwijkende verwerking (zie paragraaf 8).
De artt. 552i t/m 552q Sv en de Aanwijzing inzake de informatie-uitwisseling in het kader van de wederzijdse rechtshulp in strafzaken (552i Sv) (2008A024) zijn van toepassing op inkomende rechtshulpverzoeken. Hoofdregel is dat de politie onder eindverantwoordelijkheid van het OM zelfstandig bevoegd is uitvoering te geven aan rechtshulpverzoeken waarmee uitsluitend om inlichtingen zoals politiegegevens wordt gevraagd, en voor het verkrijgen daarvan geen bijzondere bevoegdheden tot opsporing nodig zijn (geweest) (art. 552i lid 2 Sv). Deze zelfstandige bevoegdheid laat onverlet de voorschriften uit de Wpg en het Bpg45Zie in het bijzonder art. 5:1 lid 6 Bpg: politiegegevens als bedoeld in art. 10 lid 1, onder b Wpg (gegevensverwerking themaverwerking: ernstig gevaar rechtsorde misdrijven) mogen niet worden verstrekt. De politiegegevens als bedoeld in art. 10 lid 1, onder a Wpg alleen na instemming van de CI-officier van justitie..
Binnen de Europese Unie wordt aan personen en instanties belast met de voorkoming en opsporing van strafbare feiten op gelijke voet politiegegevens verstrekt zoals aan Nederlandse politieambtenaren politiegegevens ter beschikking worden gesteld46Art. 4 lid 3 Kaderbesluit 2006/960/JBZ van de Raad van 18 december 2006 betreffende de vereenvoudiging van de uitwisseling van informatie en inlichtingen tussen de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie (PbEG L386), art. 5:2 lid 1 Bpg en Nota van Toelichting bij het Bpg, Staatsblad 2007, 550, pag. 93 e.v... Aan deze verplichting hoeft niet te worden voldaan, of deze kan aan beperkende voorwaarden worden onderworpen, indien deze verstrekking:
een geval betreft als bedoeld in art. 2:13 Bpg (zie paragraaf 12);
essentiële nationale veiligheidsbelangen zouden schaden;
het welslagen van een lopend onderzoek of een verwerking, bedoeld in art. 10 lid 1, onder a Wpg of de veiligheid van personen in gevaar zou brengen;
duidelijk disproportioneel of irrelevant zou zijn met het oog op de doelen waarvoor om verstrekking van de gegevens is verzocht;
betrekking heeft op een strafbaar feit dat in Nederland strafbaar is gesteld met een gevangenisstraf van één jaar of minder;
betrekking heeft op politiegegevens die uitsluitend kunnen worden verstrekt na instemming van de officier van justitie en deze geen toestemming geeft voor de verstrekking (zie paragraaf 8);
betrekking heeft op politiegegevens die zijn verkregen van een andere lidstaat of van een derde land en deze geen toestemming geeft voor de verstrekking.
De officier van justitie dient, mede vanwege zijn verantwoordelijkheid voor alle vormen van internationale rechtshulp alert te zijn op de relevantie van de onder zijn gezag verwerkte politiegegevens voor EU personen en instanties belast met de voorkoming en opsporing van strafbare feiten. Hij dient de bevoegde functionarissen bij de politie erop te wijzen dat uitgangspunt is dat politiegegevens die relevant zijn voor de voorkoming en opsporing van strafbare feiten in andere EU-landen uit eigener beweging ter beschikking worden gesteld, met name aan Europol (art. 17 lid 4 Wpg en 5:5 Bpg) en Eurojust47Deze verstrekkingen vinden plaats door de officier van justitie (art. 13 Besluit van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken, 2002/187/JBZ)..
Verstrekkingen, ook binnen het Koninkrijk, vinden plaats door tussenkomst van de Internationale Rechtshulp Centra (IRC's), het Landelijk Internationaal Rechtshulp Centrum (LIRC) of een andere door de Minister goedgekeurde weg, en dienen (ook) overeenkomstig art. 552i lid 3 Sv geregistreerd te worden in het Landelijk Uniform Registratiesysteem Internationale rechtshulp in Strafzaken (LURIS)48Op de verwerkingen in Luris is de Wjsg van toepassing.. Verstrekkingen aan Europol vinden plaats door tussenkomst van de Dienst Landelijke Informatie Organisatie (DLIO) van de Landelijke Eenheid van het Korps Nationale Politie (art. 5:5 lid 2 Bpg). De IRC-officier controleert de verstrekkingen periodiek.
Artikel 14
Verstrekking aan buitenlandse opsporingsinstanties (art. 17 lid 3 Wpg)
Onderdeel van Aanwijzing Wet politiegegevens en de rol van de officier van justitie· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2018