Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Protocol; onderzoeksaanpak

Onderdeel van Accountantsprotocol vervoerders 2017· Contracten, schade en aansprakelijkheid

Deze tekst geldt sinds 2 oktober 2018

Voor de werkzaamheden van de accountant is de volgende wet- en regelgeving relevant: artikel 63c, eerste tot en met vierde lid, van de Wp2000; onderdeel 5 van de bijlage bij Verordening (EG) 1370/2007; de memorie van toelichting bij artikel 63c van de Wp2000 (nadere uitleg); de Bijlage bij deze Beleidsregel van de ACM (met nadere uitleg van de betreffende wet- en regelgeving). De hier opgesomde wet- en regelgeving vormt het normenkader voor de accountant en is de grondslag voor de in paragraaf 2.4 opgesomde minimale werkzaamheden. De context van het wettelijk kader en daarmee de werkzaamheden van de accountant, zijn het verhogen van de transparantie en het vermijden van kruissubsidiëring. Indien de accountant bij de uitvoering van de werkzaamheden vragen heeft over de uitleg en toepassing van bovenstaande wet- en regelgeving of de toepassing van dit protocol, dan kunnen deze vragen worden voorgelegd aan de ACM. Zie hiervoor het in paragraaf 1.4 opgenomen adres. Object van onderzoek zijn alle financiële verhoudingen en transacties die gedurende het boekjaar hebben plaatsgevonden bij de vervoerder (indien artikel 63c, eerste lid, van de Wp2000 van toepassing is, dan geldt: binnen de groep waartoe de vervoerder behoort). Indien de Vervoerder een afzonderlijke opdracht verstrekt, valt deze onder standaard 3000A ‘Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (attest-opdrachten)’. Indien de Vervoerder geen afzonderlijke opdracht verstrekt, moet de accountant de in artikel 63c, negende en tiende lid, van de Wp2000 gevraagde verklaring tot uitdrukking brengen in de controleverklaring bij de jaarrekening van de Vervoerder. De accountant wordt gevraagd deze opdracht of controlewerkzaamheden uit te voeren met een redelijke mate van zekerheid, waarbij het oordeel in positieve bewoordingen wordt geformuleerd. Het onderzoek of de controle moet zodanig worden ingepland en uitgevoerd dat het oordeel dat de vervoerder in alle van materieel belang zijnde opzichten de betreffende wet- en regelgeving heeft nageleefd op grond van een redelijke mate van zekerheid kan worden geformuleerd. Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, betekent dit een betrouwbaarheid van 95%. Een oordeel in de controleverklaring of een assurance-rapport met een goedkeurende strekking impliceert dat, gegeven de bovengenoemde betrouwbaarheid, de accountant geen afwijkingen (fouten) en onzekerheden heeft aangetroffen die groter zijn dan 1% van de op grond van artikel 22 van de Wp2000 verleende subsidie. Indien de uitkomst hiervan in verhouding tot de omzet van de commerciële activiteiten hoger is dan 2% (van de commerciële activiteiten), dan wordt de materialiteit verlaagd tot 2% van de commerciële activiteiten. Indien uit de berekening een lager bedrag komt dan € 100.000, dan kan worden uitgegaan van een materialiteit van € 100.000. In deze context wordt met de op grond van artikel 22 van de Wp2000 verleende subsidie (zie ook de Bijlage) bedoeld: de bijdrage in de exploitatie voor de betreffende concessie. De werkzaamheden en de materialiteit gelden per verstrekte concessie. Met commerciële activiteiten wordt hier bedoeld: de activiteiten die bovenhands gegund zijn en andere activiteiten. Van een fout is sprake als naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek of de uitgevoerde controlewerkzaamheden blijkt dat niet is voldaan aan één of meer aspecten van het normenkader in dit Protocol. Fouten worden in absolute zin opgevat, saldering van fouten is daarom niet toegestaan. Van een onzekerheid in het uitgevoerde onderzoek of de uitgevoerde controlewerkzaamheden is sprake als er onvoldoende controle-informatie beschikbaar is om vast te stellen of aan één of meer aspecten van het normenkader is voldaan. Voor een adequate onderbouwing van het oordeel is het noodzakelijk dat de accountant fouten en onzekerheden zoveel mogelijk kwantificeert. Indien de accountant zowel fouten als onzekerheden aantreft die los van elkaar tot een goedkeurend oordeel zouden leiden, weegt de accountant deze in samenhang om te beoordelen of een aangepast oordeel passend is. Paragraaf 2.4 bevat: minimale controlewerkzaamheden, die vetgedrukt zijn opgenomen, en; toelichtingen op deze werkzaamheden, die niet vetgedrukt zijn opgenomen. De beschreven minimale controlewerkzaamheden zijn bedoeld als aanvulling op de ’Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden’ (hierna: de NV COS). De minimale werkzaamheden kunnen betrekking hebben op: alle financiële verhoudingen en transacties die gedurende het boekjaar hebben plaatsgevonden bij de vervoerder of, indien artikel 63c, eerste lid, van de Wp2000 van toepassing is, binnen de groep waartoe de vervoerder behoort; de administratie (in brede zin) van de vervoerder of, indien artikel 63c, eerste lid, van de Wp2000 van toepassing is, van de groep waartoe de vervoerder behoort. De accountant stelt vast dat de boekhouding van de vervoerder zodanig is ingericht dat hieruit de baten en lasten kunnen worden afgeleid die samenhangen met het openbaar vervoer waarvoor de concessie is verleend. In de Bijlage bij deze Beleidsregel wordt uitgelegd op welk niveau de scheiding moet plaatsvinden. De accountant stelt vast dat alle baten en lasten, op grond van consequent toegepaste en objectief te rechtvaardigen beginselen inzake kostprijsadministratie, juist zijn toegerekend aan het openbaar vervoer waarvoor de concessie is verleend. Onder ‘consequent’ wordt ook verstaan het volgen van een consistente gedragslijn over de jaren heen. In de Bijlage bij deze Beleidsregel wordt nader uitleg gegeven van het begrip ‘objectief te rechtvaardigen beginselen inzake de kostprijsadministratie’. De accountant stelt vast dat de beginselen inzake de kostprijsadministratie volgens welke de administratie wordt gevoerd duidelijk zijn vastgelegd. De accountant stelt vast dat de rekening(en) betreffende de verschillende exploitatieactiviteiten (waarvoor een concessie is verleend) zijn gescheiden en dat het aandeel van de overeenkomstige activa en vaste kosten wordt uitgesplitst overeenkomstig de geldende boekhoudkundige en fiscale regels. In de Bijlage bij deze Beleidsregel is uitgelegd hoe in de Nederlandse situatie omgegaan moet worden met de geldende boekhoudkundige en fiscale regels. De accountant stelt vast dat alle variabele kosten, een evenredige bijdrage in de vaste kosten en een redelijke winst in verband met enige andere activiteit van de Vervoerder in geen geval wordt toegeschreven aan het openbaar vervoer waarvoor de concessie is verleend. In de Bijlage bij deze Beleidsregel is nadere uitleg gegeven van het begrip ‘redelijke winst’. De accountant stelt vast dat enkel de kosten van het openbaar vervoer waarvoor de concessie is verleend, in evenwicht worden gehouden door de exploitatieontvangsten en de bijdrage van de overheid (voor de concessie). De accountant stelt vast dat deze bijdrage van de overheid niet naar andere activiteiten van de Vervoerder is doorgeschoven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel