**1.** Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium PPA per zorgverzekeraar met betrekking tot:
de indeling van de klassen ‘Wlz-instelling, blijvend’ en ‘Wlz-instelling, instromend’ op het referentiebestand PPA dat is opgenomen in bijlage 6 van deze Beleidsregels;
de leeftijd op het VPPKB 2017;
de adresgegevens op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2017;
de adresgegevens op het gepseudonimiseerde adres in n het belastingdienstbestand 2016 en indien een verzekerde daarin niet is opgenomen in het VPPKB 2016. Indien een verzekerde ook niet is opgenomen in het VPPKB 2016 op het gepseudonimiseerde adres in het belastingdienstbestand over 2017 en indien verzekerde ook niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2017 op het gepseudonimiseerde adres in het VPPKB 2017;
bewoners Wlz-instelling blijvend op Wlz-declaraties december 2016;
bewoners Wlz-instelling instromend op Wlz-declaraties december 2017 en op WLZ-declaraties december 2016.
**2.** Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid onder b tot en met f, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2017 en bepaalt op basis hiervan in welke PPA klasse een verzekerde wordt ingedeeld.
**3.** Na toepassing van het tweede lid koppelt het Zorginstituut de verzekerden voor het criterium PPA aan het PKB 2018, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft.
**4.** Het Zorginstituut herschaalt na toepassing van het derde lid het geraamde aantal verzekerden voor het criterium PPA naar de macroverzekerdenraming, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie per klasse constant blijft.
Hoofdstuk II
Artikel 16
PPA
Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2019· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 2 november 2018