In het geval een raadslid een uitkering in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ontvangt, kan de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, de toelage voor het lid van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 3.1.2, eerste lid, de toelage voor het lid van de onderzoekscommissie, bedoeld in artikel 3.1.3, eerste lid, de toelage voor het lid van een bijzondere commissie, bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, de toelage voor de vaste voorzitter van een commissie, bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, of de toelage voor de fractievoorzitter, bedoeld in artikel 3.1.5, eerste lid, op verzoek van het desbetreffende raadslid worden verlaagd.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.1 › Paragraaf 2
Artikel 3.1.11
Samenloop met arbeidsongeschiktheidsuitkering
Onderdeel van Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 9 januari 2025