Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.1 › Paragraaf 3

Artikel 3.1.12

Waarneming voorzitter of burgemeester door raadslid

Onderdeel van Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 18 juli 2019

1. Een raadslid dat op grond van artikel 77, eerste lid, van de Gemeentewet meer dan dertig dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt, ontvangt voor de duur van de waarneming een toeslag van 8% op zijn vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, alsmede een toeslag van 8% op de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.1.6, eerste lid. 2. Indien een raadslid op grond van artikel 77, tweede lid, van de Gemeentewet gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken met de waarneming van het ambt van burgemeester is belast: wordt zijn vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, voor die tijd ten laste van de gemeente aangevuld tot het bedrag waarop de bezoldiging van de burgemeester ingevolge artikel 3.2.1, eerste lid, is vastgesteld, vermeerderd met een vakantie-uitkering, eindejaarsuitkering en eenmalige uitkering als bedoeld in artikel 3.2.1, tiende, elfde, onderscheidenlijk twaalfde lid; ontvangt hij voor die tijd in plaats van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.1.6, een vergoeding als bedoeld in artikel 3.2.6, eerste lid, en zijn voor die tijd op hem de regels, bedoeld in artikel 3.2.9, tweede lid, en de artikelen 3.2.10 en 3.2.12 van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel