Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.2 › Paragraaf 1

Artikel 3.2.5

Mobiliteitstoelage burgemeester

Onderdeel van Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 7 juli 2026

1. Een burgemeester die, nadat hij ten minste twee ambtstermijnen heeft vervuld in dezelfde gemeente, benoemd wordt tot burgemeester van een andere gemeente, ontvangt, indien die andere gemeente in een gelijke inwonersklasse is ingedeeld, ten laste van die andere gemeente eenmalig een mobiliteitstoelage op de bezoldiging van € 13.043,11. 2. Het eerste lid is niet van toepassing indien op de datum van de benoeming van de burgemeester in die andere gemeente, die andere gemeente weliswaar in een gelijke inwonersklasse is ingedeeld, maar op dat moment op grond van artikel 3.4 in een hogere inwonersklasse is geplaatst. 3. Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het bedrag in het eerste lid bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel