**1.** De burgemeester ontvangt een vergoeding van € 507,99 per maand voor aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten. De burgemeester van meer dan een gemeente ontvangt deze vergoeding van elke van die gemeenten.
**2.** Een wethouder ontvangt een vergoeding van € 467,35 per maand voor aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten. Indien een wethouder gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken met de waarneming van het ambt van burgemeester is belast, ontvangt hij voor die tijd een ambtstoelage van € 507,99 per maand.
**3.** De wethouder die met toepassing van artikel 36, tweede lid, van de Gemeentewet de functie in deeltijd uitoefent, ontvangt de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, naar evenredigheid met de vastgestelde tijdsbestedingsnorm, bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de Gemeentewet.
**4.** Wanneer de burgemeester of de wethouder in de loop van een maand is benoemd of in de loop van een maand is afgetreden, ontslagen of overleden, wordt de vergoeding, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, voor die maand naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het ambt in die maand genoten.
**5.** De bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.2 › Paragraaf 2
Artikel 3.2.6
Ambtskosten
Onderdeel van Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026