Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Onkostenvergoeding raadsleden

Onderdeel van Circulaire 2019 (onkosten)vergoeding voor politieke ambtsdragers van gemeenten, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019

In artikel 2, vierde lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is bepaald dat de onkostenvergoeding voor raadsleden per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar. In artikel 3.1.6, eerste lid juncto derde lid, van het nieuwe rechtspositiebesluit is bepaald dat de onkostenvergoeding van raadsleden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling wordt gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. Zoals beschreven in paragraaf 1, wordt in 2019 voor de laatste keer de oude systematiek gehanteerd. Dit betekent het volgende. De consumentenprijsindex voor 2018 is bepaald op 103,95. Voor 2017 was dit indexcijfer 102,03. Procentueel is dat een verhoging van 1,9. Dit betekent dat het bedrag van voor de onkostenvergoeding van raadsleden per 1 januari 2019 wordt verhoogd met 1,9%. Het bedrag genoemd in artikel 3.1.6, eerste lid, van het nieuwe rechtspositiebesluit wordt per 1 januari 2019: € 173,40 (was € 170,17). Wellicht ten overvloede merk ik op dat het overgangsrecht voor wat betreft de onkostenvergoeding van raadsleden in gemeenten met meer dan 100.000 inwoners, is vervallen. Na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018 geldt voor de hele gemeenteraad van alle inwonersklassen dezelfde onkostenvergoeding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel