De Minister kan onder voorwaarden vanuit de bijzondere onderstand de kosten van een baby-uitzet of een kinderbedje vergoeden. In hoeverre de belanghebbende voor de kosten van een babyuitzet heeft kunnen reserveren wordt individueel beoordeeld.
De vergoeding voor een baby-uitzet is beperkt tot de volgende posten:
babybed (ledikant) met matras;
dekentjes (2 stuks);
lakentjes (3 stuks);
zeiltje;
molton onderlegger (2 stuks);
aankleedkussen;
één pak luiers;
één rompertje;
één pyjama;
babybadje;
box;
kinderstoel;
twee stel babykleertjes;
kinderwagen.
In het individuele geval wordt bekeken welke kosten als noodzakelijk moeten worden beschouwd. De Minister kan een deel van de kosten vergoeden via een tegoedbon. De vergoeding geldt uitsluitend bij de aanschaf van de gehele babyuitzet voor de geboorte van het eerste kind. Zijn er al meer kinderen, dan wordt ervan uitgegaan dat de uitzet geheel of gedeeltelijk al aanwezig is. Uit een rapportage zal duidelijk moeten blijken over welke van deze goederen de belanghebbende nog niet beschikt.
Kosten van positiekleding en babykleertjes komen niet voor bijzondere onderstand in aanmerking. Deze kosten behoren in beginsel tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, die belanghebbende geacht wordt uit het eigen inkomen te (kunnen) bestrijden. In de lijst van de vergoeding voor de baby-uitzet wordt een uitzondering gemaakt voor de kosten van het eerste rompertje en pyjama.
Grondslag: Artikel 20 Besluit onderstand BES (toepassing bijzondere onderstand) in combinatie met artikel 12, eerste lid, Besluit onderstand BES (op basis van individuele beoordeling afstemmen van de onderstand op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende).
Hoofdstuk 6
Artikel 20
Baby-uitzet en babybed
Onderdeel van Beleidsregels toepassing Besluit onderstand BES 2019· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 29 april 2022