De belanghebbende wordt geacht zelf middelen voor de aanschaf van huishoudelijke apparatuur te reserveren. Individuele omstandigheden kunnen leiden tot een situatie waarin een beroep op bijzondere onderstand toch onvermijdelijk is. De duur van uitkeringsafhankelijkheid kan een indicatie zijn van verminderde reserveringsmogelijkheid. De beoordeling hiervan ligt bij de Minister, maar belanghebbende dient de noodzaak en de urgentie van de kostenvergoeding aan te tonen. Alle relevante omstandigheden van belanghebbende worden hierbij meegewogen. De voorziening dient in het individuele geval evident noodzakelijk te zijn. Wanneer de noodzakelijke kosten, waarin onderstand wordt gevraagd, ontstaan zijn door een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid van de aanvrager, wordt deze omstandigheid betrokken in de beoordeling van het recht op bijzondere onderstand.
Bijzondere onderstand voor huishoudelijke apparatuur kan alleen verstrekt worden voor de kosten gemoeid met de aanschaf van de navolgende goederen:
koelkast;
gasfornuis;
wasmachine;
ventilator (uitsluitend ten behoeve van een baby of oudere).
Niet genoemde duurzame gebruiksgoederen komen in het algemeen niet voor bijzondere onderstandsverlening in aanmerking. Individualisering blijft altijd mogelijk.
Grondslag: Artikel 20, eerste lid, Besluit onderstand BES (toepassing bijzondere onderstand) in combinatie met artikel 12, eerste lid, Besluit onderstand BES (op basis van individuele beoordeling afstemmen van de onderstand op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende).
Hoofdstuk 6
Artikel 22
Kosten huishoudelijke apparatuur
Onderdeel van Beleidsregels toepassing Besluit onderstand BES 2019· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 8 februari 2019