Naar hoofdinhoud

Artikel 2

EMU-norm 2019–2022

Onderdeel van Regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake EMU-saldo· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019

Het collectieve aandeel van de decentrale overheden gezamenlijk in het EMU-saldo, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, wordt als volgt vastgesteld: voor 2019 –0 4 procent van het bruto binnenlands product; voor 2020 –0 4 procent van het bruto binnenlands product; voor 2021 –0,4 procent van het bruto binnenlands product; voor 2022 –0,4 procent van het bruto binnenlands product. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel