Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Onderverdeling naar overheidslaag

Onderdeel van Regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake EMU-saldo· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019

Het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo, bedoeld in artikel 2, wordt uitgesplitst naar: een aandeel voor de provincies gezamenlijk dat als volgt wordt vastgesteld: voor 2019 –0,08 procent van het bruto binnenlands product; voor 2020 –0,08 procent van het bruto binnenlands product; voor 2021 –0,08 procent van het bruto binnenlands product; voor 2022 –0,08 procent van het bruto binnenlands product; een aandeel voor de gemeenten gezamenlijk dat als volgt wordt vastgesteld: voor 2019 –0,27 procent van het bruto binnenlands product; voor 2020 –0,27 procent van het bruto binnenlands product; voor 2021 –0,27 procent van het bruto binnenlands product; voor 2022 –0,27 procent van het bruto binnenlands product; een aandeel voor de waterschappen gezamenlijk dat als volgt wordt vastgesteld: voor 2019 –0,05 procent van het bruto binnenlands product; voor 2020 –0,05 procent van het bruto binnenlands product; voor 2021 –0,05 procent van het bruto binnenlands product; voor 2022 –0,05 procent van het bruto binnenlands product. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel