Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Naleving van de Gedragscode

Onderdeel van Gedragscode integriteit Eerste Kamer· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 11 juni 2019

1. De Huishoudelijke Commissie houdt toezicht op de naleving van deze Gedragscode en geeft oordelen over de interpretatie ervan. 2. De Huishoudelijke Commissie kan, op verzoek van een of meer leden of uit eigen beweging, beoordelen of een lid van de Kamer in een concreet geval in overeenstemming met de artikelen 1 tot en met 6 heeft gehandeld. De Huishoudelijke Commissie kan daarbij aanbevelingen doen. 3. De Huishoudelijke Commissie geeft geen oordeel dan nadat zij het betrokken lid of de betrokken leden in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord. 4. Indien het betrokken lid of de betrokken leden zich niet kunnen verenigen met het oordeel van de Huishoudelijke Commissie, kunnen zij binnen twee weken, door tussenkomst van het College van Senioren, een besluit van de Kamer vragen. De Kamer bevestigt of verwerpt het oordeel van de Huishoudelijke Commissie. Over het oordeel wordt niet beraadslaagd. 5. Wanneer het oordeel van de Huishoudelijke Commissie definitief is geworden, wordt dit publiekelijk kenbaar gemaakt. 6. Indien de beoordeling als bedoeld in het tweede lid een lid van de Huishoudelijke Commissie zelf betreft, wordt dit lid vervangen door het lid dat het langst zitting heeft in de Kamer; bij gelijke zittingsduur gaat het oudste lid in leeftijd voor. Zoals al in de toelichting op artikel 1 is aangegeven, doen leden van de Eerste Kamer idealiter het goede, ook als niemand kijkt. Toch is enigerlei vorm van toezicht op de naleving van deze Gedragscode gewenst. Daarbij geldt dat in de eerste plaats verwacht mag worden dat leden zich openstellen om op hun handelen te worden aangesproken door hun collega’s, ook als die van andere fracties binnen de Kamer zijn. Integriteitskwesties gerelateerd aan de naleving van deze Gedragscode kunnen zo in veel gevallen binnen de fracties of tússen de fracties worden opgelost. Aldus ook de Tijdelijke commissie GRECO-rapport in 2014.7Kamerstukken I 2013/14, CX, A, p. 18. Het is goed als er daarnaast een orgaan wordt aangewezen met een formele toezichthoudende taak. Die taak wordt bij de Huishoudelijke Commissie belegd. De Huishoudelijke Commissie bestaat uit de Voorzitter en de twee Ondervoorzitters van de Kamer (artikel 14 Reglement van Orde). Zij waakt over de belangen en de reputatie van de Kamer als instituut. Dat maakt de Huishoudelijke Commissie tot een geschikt gremium om tevens te waken over de naleving van deze Gedragscode. Leden kunnen de Huishoudelijke Commissie om een oordeel vragen over het handelen van henzelf of van andere leden als het gaat om de naleving van de regels en principes in de artikelen 1 tot en met 6 van deze Gedragscode, dus de algemene bepaling en de bepalingen over omgaan met belangen, omgaan met derden, reizen, geschenken en openbaarmaking van functies naast het lidmaatschap van de Kamer en relevante belangen. Doorgaans zal het lid dat op de een of andere wijze negatief in de publiciteit is gekomen zelf om een oordeel vragen. Ook de voorzitter van de fractie waarin dit lid actief is, kan dit doen. In voorkomend geval kan de Huishoudelijke Commissie uit eigen beweging een oordeel geven, indien zij dit in het belang en met het oog op de reputatie van de Kamer nodig acht. De Huishoudelijke Commissie kan bij haar werk desgewenst externe deskundigheid betrekken. Het tweede lid van artikel 10 sluit niet uit dat een lid in het belang van de Kamer de Huishoudelijke Commissie vraagt te beoordelen of een lid van een andere fractie in overeenstemming met deze Gedragscode heeft gehandeld. In zo’n geval mag wel verwacht worden dat dit lid het lid van de andere fractie eerst zelf heeft aangesproken. Het betrokken lid wordt uiteraard meteen geïnformeerd als een verzoek om een beoordeling gedaan wordt. De Huishoudelijke Commissie geeft geen oordeel dan nadat zij het betrokken lid of de betrokken leden in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord. Bij haar oordeel kan zij aanbevelingen formuleren. Er is bewust gekozen voor aanbevelingen en niet voor sancties. Formele sancties als (algehele) schorsingen of ontzetting van het lidmaatschap van de Kamer verdragen zich niet met het grondwettelijk verankerde vrije mandaat van de leden. Daarnaast is het belangrijkste doel van een oordeel van de Huishoudelijke Commissie meer duidelijkheid te krijgen over de interpretatie van de bepalingen in deze Gedragscode, die op punten noodzakelijkerwijs met open normen moet werken. Het geven van aanbevelingen past beter bij deze doelstelling dan het opleggen van sancties, die overigens ook het risico van politisering in zich dragen. Een aanbeveling hoeft zich niet te beperken tot het betrokken lid of de betrokken leden; de Huishoudelijke Commissie kan ook constateren dat de Gedragscode op punten onduidelijk is of lacunes vertoont en de Kamer aanbevelen deze problemen te verhelpen. Het vierde lid geeft het betrokken lid of de betrokken leden de mogelijkheid binnen twee weken een besluit van de Kamer te vragen over het oordeel van de Huishoudelijke Commissie. Dit geschiedt via tussenkomst van het College van Senioren, waar eventueel de zaak nog in der minne kan worden geschikt. Wordt de zaak toch aan de Kamer voorgelegd, dan is het de bedoeling dat deze alleen een marginale toets op het oordeel uitvoert. Zij houdt daarom geen beraadslaging; de Kamer kan het oordeel uitsluitend bevestigen of verwerpen. Van verwerping kan alleen sprake zijn als het oordeel van de Huishoudelijke Commissie kennelijk onredelijk is. Op het moment dat er negatieve publiciteit ontstaat over het handelen van een lid van de Kamer is het belangrijk dat er duidelijkheid komt over de vraag of het betrokken lid in overeenstemming met deze Gedragscode heeft gehandeld of niet. Daaruit vloeit voort dat het tevens belangrijk is dat het oordeel van de Huishoudelijke Commissie over deze kwestie openbaar wordt gemaakt. Dat gebeurt op basis van het vijfde lid wanneer het oordeel definitief is geworden, dus na het ongebruikt verstrijken van de beroepstermijn van twee weken of na het besluit van de Kamer als bedoeld in het vierde lid; tot die tijd worden er over het oordeel geen mededelingen gedaan. Met publicatie wordt niet alleen voor de direct betrokkenen, maar ook voor pers en publiek duidelijk of van niet-naleving van de Gedragscode sprake is. Het publiekelijk kenbaar maken van de oordelen van de Huishoudelijke Commissie kan door publicatie op de website van de Eerste Kamer. Het verdient aanbeveling een specifieke pagina te maken waarop alle oordelen gemakkelijk te raadplegen zijn. Het zesde lid bevat een voorziening voor het geval de beoordeling van de naleving van deze Gedragscode een lid van de Huishoudelijke Commissie zelf betreft. Dit lid kan dan niet deelnemen aan de beoordeling en zal moeten worden vervangen. Vervanging geschiedt op basis van anciënniteit en daarna eventueel op basis van senioriteit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel