**1.** De Kamer benoemt op voorstel van de Huishoudelijke Commissie een onafhankelijke vertrouwenspersoon om leden en fracties van advies te dienen over de interpretatie van deze Gedragscode en over het gewenste handelen in concrete situaties. De benoeming geldt voor de duur van vier jaar, waarna de vertrouwenspersoon terstond herbenoembaar is.
**2.** De vertrouwenspersoon is geen lid van de Kamer of werkzaam bij de griffie van de Kamer.
**3.** Ten aanzien van de gedachtewisseling met de vertrouwenspersoon wordt door alle betrokkenen geheimhouding in acht genomen.
**4.** De vertrouwenspersoon rapporteert jaarlijks vertrouwelijk aan de Huishoudelijke Commissie over de mate waarin van zijn diensten gebruik wordt gemaakt.
**5.** De Huishoudelijke Commissie maakt met de vertrouwenspersoon afspraken over een passende vergoeding.
De vertrouwenspersoon is bedoeld om individuele leden en fracties in een vertrouwelijke setting advies te geven over integriteitskwesties. Daarbij fungeert de vertrouwenspersoon vooral als sparringpartner. Een lid dat twijfelt of zijn of haar voorgenomen handelen in overeenstemming is met deze Gedragscode, kan deze kwestie aan de vertrouwenspersoon voorleggen. Ook een lid dat niet twijfelt, maar zich realiseert dat anderen anders over de kwestie kunnen denken, kan de kwestie met de vertrouwenspersoon bespreken. Waar artikel 10 over de naleving van de Gedragscode bedoeld is om achteraf na te kunnen gaan of de Gedragscode in een concreet geval is nageleefd, gaat het bij het consulteren van de vertrouwenspersoon om advies vóóraf.
Gelet op de gewenste onafhankelijkheid kan de vertrouwenspersoon geen lid van de Eerste Kamer zijn of werkzaam zijn bij de griffie van de Kamer. Er zijn echter geen bezwaren tegen het benoemen van een oud-lid van de Kamer, temeer niet aangezien een oud-lid goed ingevoerd zal zijn in de politieke cultuur of mores in de Senaat. De benoeming geldt voor een periode van vier jaar, zijnde de zittingsperiode van de Kamer. Daarna is de vertrouwenspersoon terstond herbenoembaar.
Gesprekken met de vertrouwenspersoon zijn naar hun aard vertrouwelijk. Noch de vertrouwenspersoon, noch de leden die van de diensten van de vertrouwenspersoon gebruikmaken laten zich uit over de inhoud van de gesprekken. Dit betekent dat deze gesprekken ook niet betrokken kunnen worden bij een eventuele procedure als bedoeld in artikel 10 van deze Gedragscode. Omdat de Kamer zich wel een beeld moet kunnen vormen over de mate waarin een beroep op de diensten van de vertrouwenspersoon wordt gedaan, rapporteert deze hierover jaarlijks vertrouwelijk aan de Huishoudelijke Commissie. Uiteraard wordt in de rapportage niet ingegaan op de inhoud van de gesprekken.
De Huishoudelijke Commissie maakt afspraken met de vertrouwenspersoon over een passende vergoeding voor diens werkzaamheden. Desgewenst kan de Huishoudelijke Commissie de vertrouwenspersoon ook betrekken bij de evaluatie van deze Gedragscode.
Artikel 12
Vertrouwenspersoon
Onderdeel van Gedragscode integriteit Eerste Kamer· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 11 juni 2019