In dit besluit wordt verstaan onder:
erkende vereniging: een vereniging die op grond van artikel 6b, tweede lid, van de Wet wapens en munitie door Onze Minister van Justitie en Veiligheid is erkend;
korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;
munitie: munitie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet wapens en munitie;
Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid;
Richtlijn: de Richtlijn nr. 91/477/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEG L 256/51);
verenigingsbeheerder: de persoon die binnen een erkende vereniging is belast met het beheer van wapens en munitie;
vuurwapen: een vuurwapen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 1, in samenhang met bijlage I, van de Richtlijn;
wapen: een wapen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
wet: de Wet wapens en munitie.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet tot wijziging van
de Wet wapens en munitie in verband met de Richtlijn (EU) 2017/853
van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van
17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van
de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben
van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (34 984) in werking treedt (Stb. 2019/267).
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Besluit wapens en munitie· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 23 juli 2019