**1.** Onze Minister erkent een museum in de zin van artikel 4, derde lid, van de wet slechts indien:
sprake is van een instelling met rechtspersoonlijkheid, die voorwerpen verwerft, bewaart, onderzoekt en tentoonstelt voor historische, culturele, wetenschappelijke, technische, educatieve of amusementsdoeleinden of uit erfgoedoverwegingen en waarvan uit de statuten blijkt dat zij ten dienste staat van de samenleving en de ontwikkeling daarvan;
de ruimte waarin de instelling voorwerpen tentoon stelt geschikt is om publiek te ontvangen en in elk geval beschikt over een eigen ingang en een beveiligingssysteem gericht op het voorkomen van ongeoorloofde toegang tot de tentoongestelde voorwerpen, en
de instelling ten minste acht uur per week toegankelijk is voor publiek gedurende vaste openingstijden, behoudens vakantiesluiting of uitzonderlijke sluiting als gevolg van een gegronde reden. Indien de instelling minder dan 16 uur per week voor het publiek toegankelijk is, dient tevens de mogelijkheid te worden geboden om de tentoon gestelde voorwerpen op afspraak te bezichtigen.
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, erkent Onze Minister een instelling niet als museum als deze enkel amusementsdoeleinden dient.
**3.** Bij de erkenning kunnen aan het aantal te bewaren of tentoon te stellen wapens beperkingen worden gesteld.
**4.** De erkenning heeft een maximale geldigheidsduur van vijf jaar.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet tot wijziging van
de Wet wapens en munitie in verband met de Richtlijn (EU) 2017/853
van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van
17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van
de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben
van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (34 984) in werking treedt (Stb. 2019/267).
Artikel 2
Erkenning als museum
Onderdeel van Besluit wapens en munitie· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 23 juli 2019