1. 1. Onze Minister is bevoegd tot het nemen van:
    • - a. de maatregelen, bedoeld in artikel 95, eerste, vierde en zevende lid, van Verordening (EU) 2017/745;
    • - b. de maatregelen, bedoeld in artikel 97, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 2017/745;
    • - c. de maatregelen, bedoeld in artikel 98, eerste lid, van Verordening (EU) 2017/745.
  2. 2. Onze Minister is voorts bevoegd tot het nemen van:
    • - a. de maatregelen, bedoeld in de artikelen 90, eerste, vierde en zevende lid, van Verordening (EU) 2017/746;
    • - b. de maatregelen, bedoeld in artikel 92, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 2017/746;
    • - c. de maatregelen, bedoeld in artikel 93, eerste lid, van Verordening (EU) 2017/746.
  3. 3. Bij het nemen van maatregelen als bedoeld in het eerste en tweede lid neemt Onze Minister het bepaalde bij of krachtens Verordening (EU) 2017/745 en Verordening (EU) 2017/746 in acht.