In tegenstelling tot een kroonbenoemde burgemeester heeft een door de commissaris van de Koning benoemde waarnemend burgemeester niet de verplichting om in de gemeente te wonen. Artikel 71, eerste lid, van de Gemeentewet waarin het woonplaatsvereiste voor de burgemeester is geregeld, geldt op grond van artikel 80 namelijk niet voor waarnemend burgemeesters.
Als de waarnemend burgemeester gebruik maakt van een pied-à-terre in de gemeente waar hij of zij is benoemd, is het de vraag waar de burgemeester woonachtig is. Als iemand op meer dan één adres woont, schrijft artikel 1.1, onder o, van de Wet basisregistratie personen (BRP) namelijk voor dat die persoon ingeschreven staat op het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten. Het is dus aan de ambtsdrager wat zijn verwachting is en de inschrijving moet hij op die verwachting baseren. De BRP kent geen uitzondering voor politieke ambtsdragers.
Als de burgemeester niet administratief wil verhuizen uit zijn of haar huidige woonplaats, is het daarmee zijn of haar verantwoordelijkheid met het bovenstaande rekening te houden. Betrokkene moet inschatten waar die de meerderheid van de nachten zal verblijven, gezien over een half jaar. Daar kan betrokkene in de tijd mee schuiven; bijvoorbeeld door rekening te houden met vakantieperioden die betrokkene in de eigen woning zal verblijven. De burgemeester kan dus bij wijze van spreken in één week vier nachten (ma-vrij) verblijven in de gemeente waar hij of zij is benoemd, als hij of zij dit maar “compenseert” met nachten in de huidige woonplaats tot een gemiddelde dat onder de helft ligt. Het gaat hier niet om een precieze berekening, maar een verwachting waarover betrokkene zich desgevraagd kan verantwoorden.
Dit kan ook spelen voor wethouders aan wie een ontheffing is verleend op grond van artikel 36a, tweede lid, van de Gemeentewet.
De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
Artikel 15
Verblijfplaats in relatie tot Basisregistratie Personen (BRP)
Onderdeel van Circulaire Specifieke aandachtspunten Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor gemeenten· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 20 december 2019