Naar hoofdinhoud

Artikel 16

De presentievergoeding van commissieleden kan worden aangemerkt als een vrijwilligersvergoeding

Onderdeel van Circulaire Specifieke aandachtspunten Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor gemeenten· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 20 december 2019

De hoogte van de vergoeding van een commissielid is dwingend vastgelegd in artikel 3.4.1 van het rechtspositiebesluit. Onder de in artikel 3.4.2 genoemde voorwaarden kan de gemeenteraad een hogere vergoeding vaststellen. De vergoeding is in principe belast. Deze is echter onbelast indien de gemeente de vergoeding voor commissieleden (onder de van toepassing zijnde fiscale voorwaarden) aanmerkt als vrijwilligersvergoeding. Met betrekking tot vergoedingen die gemeenten geven voor werkzaamheden die niet marktconform zijn en die ook blijven binnen de maand- en jaarbedragen kan de fiscale vrijwilligersregeling namelijk worden toegepast. Niet alle gemeenten zijn zich bewust van deze mogelijkheid; daarom wordt deze optie in onderstaande met het ministerie van Financiën afgestemde tekst ten aanzien van de commissieleden beschreven. De vrijwilligersregeling is een regeling die in de Wet op de loonbelasting 1964 (art. 2, zesde lid) en de Wet inkomstenbelasting 2001 (art. 3.96, onder c) is verankerd en haar oorsprong vindt in een besluit van de ministeries van SZW en Financiën waarbij onder bepaalde condities mogelijke belastbaarheid van verstrekte vergoedingen voor verrichte werkzaamheden bij specifieke organisaties buiten het inkomen wordt geplaatst. De gemeente is (voor de werkzaamheden van commissieleden) een instelling die niet onder de vennootschapsbelasting valt en kwalificeert daarmee voor het kunnen toepassen van de vrijwilligersregeling. Met het vaste bedrag per vergadering wordt een tegemoetkoming gegeven voor alle daarmee samenhangende werkzaamheden en te maken kosten. De vergoedingen die aan commissieleden worden gegeven, betreffen vergoedingen voor werkzaamheden die zich moeilijk in een tijdsbesteding laten meten. De werkzaamheden worden ook niet beroepsmatig verricht. In het geval de vergoeding voor het commissiewerk blijft onder de gestelde grenzen, zowel die per maand als die per jaar (in 2019 in totaal €170 resp. €1.700), kan worden gebruik gemaakt van de vrijwilligersregeling. Deze maximumbedragen gelden voor het totaal van de vergoeding voor de inzet. Indien dus bijvoorbeeld een commissielid één maand €300 ontvangt aan presentievergoeding en in de rest van het jaar per maand €100, dan kan er géén gebruik worden gemaakt van de vrijwilligersregeling. In dit verband is de vraag gesteld of commissieleden achteraf in de problemen kunnen komen, omdat de betalingen van de afdeling P&O niet synchroon lopen met de vergaderingen. Uit navraag blijkt het volgende. Het gaat erom dat het bedrag per maand niet de €170 overschrijdt en dat er in het gehele kalenderjaar niet meer wordt betaald dan €1.700. Het kan dus best dat de betaling ter zake van een vergadering in een andere maand wordt uitbetaald, maar de hoogte van het in die maand betaalde bedrag mag niet meer zijn dan €170. Zeker als een betaling van een hoger bedrag in een maand structureel gebeurt (bv. de gemeente betaalt standaard per kwartaal de vergoeding van €100 per vergadering terwijl er één vergadering plaatsvindt per maand (dus eenmalig per kwartaal €300), kiest de gemeente er kennelijk voor om niet gebruik te maken van de vrijwilligersregeling en is de vergoeding dus belast, niet onbelast. Deze maxima gelden ook voor het totaal aan vrijwilligersvergoedingen van betrokkene. Per persoon kan in een jaar dus maximaal €170 per maand resp. €1.700 per jaar aan vrijwilligersvergoedingen worden ontvangen. Als het betrokken commissielid uitsluitend deze vergoeding krijgt, dan kan deze onder de gestelde voorwaarden worden aangemerkt als vrijwilligersvergoeding en is deze niet belast voor de loon- en inkomstenbelasting. Gemeenten kunnen dan hun commissieleden de zekerheid geven dat indien de grensbedragen van zowel €170 per maand als €1.700 per jaar niet worden overschreden, de commissievergoedingen onbelast zijn. De commissieleden kunnen deze vergoedingen en verstrekkingen dan zonder inhouding van loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen netto ontvangen van de gemeente. De vergoedingen maken dan ook geen onderdeel uit van het belastbare inkomen van het commissielid en hebben daarmee ook geen consequenties voor een eventuele inkomensafhankelijke toelage of een huur- of zorgtoeslag. Vrijwilligersvergoedingen worden ook niet verrekend met een eventuele bijstandsuitkering. Indien een gemeente ervoor kiest voor de presentievergoeding gebruik te maken van vrijwilligersregeling, heeft het geen meerwaarde dit vast te leggen in een verordening. De vrijwilligersvergoeding betreft namelijk de uitvoering van fiscale regelgeving. Als blijkt dat niet wordt voldaan aan de fiscale voorwaarden, is er geen sprake van een vrijwilligersvergoeding. De gemeente kan wel betrokkenen melden dat het ernaar streeft om gebruik te maken van de vrijwilligersregeling maar of aan de fiscale voorwaarden is voldaan, kan pas achteraf worden bekeken op basis van het aantal vergaderingen en de daaraan gekoppelde presentievergoedingen. De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel