Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Zakelijk en niet-zakelijk gebruik van een ter beschikking gestelde auto

Onderdeel van Circulaire Specifieke aandachtspunten Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor gemeenten· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 20 december 2019

Een regelmatig terugkerende vraag is wat fiscaal gezien zakelijk en niet-zakelijk gebruik is. In bijlage 2 is de brief uit 2007 aan de Tweede Kamer opgenomen die nog steeds maatgevend is: zakelijk is als de reis is gekoppeld aan de dienstbetrekking. Voor burgemeesters en wethouders zijn partijbezoeken aangemerkt als ambtsgebonden en daarmee zakelijk. Als er twijfel is over de zakelijkheid van de rit, is het aan te raden die vraag voor te leggen aan de belastinginspecteur. Het is goede praktijk om met de belastinginspecteur de lijst met zakelijke en bestuurlijke functies van het college af te kaarten. In het rechtspositiebesluit wordt onderscheid gemaakt tussen zakelijk, bestuurlijk en privégebruik van de door de gemeente ter beschikking gestelde auto. In paragraaf 6 wordt nog specifiek ingegaan op de auto(‘s) die ter beschikking wordt of worden gesteld voor gemeenschappelijk gebruik. Onder zakelijk gebruik wordt uitsluitend verstaan het fiscaal-zakelijk gebruik. Hieronder vallen ritten voor woon-werkverkeer, dienstreizen en ritten voor ambtsgebonden (“qq-“) functies. Bij gebruik voor bestuurlijke doeleinden gaat het om ritten die voor de fiscale bijtellingsregeling weliswaar als niet-zakelijk worden aangemerkt, maar die de betrokken ambtsdrager maakt in het kader van een andere functie of arbeidsrelatie, die naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in het belang van de gemeente zijn. Privé in de zin van de rechtspositie is het gebruik van de dienstauto voor andere doeleinden dan zakelijke of bestuurlijke aangelegenheden. Ingeval een dienst- of leaseauto aan één ambtsdrager ter beschikking wordt gesteld zijn er dus drie mogelijkheden voor het gebruik1Een rittenadministratie zal vrijwel altijd nodig zijn. Als de auto uitsluitend zakelijk wordt gebruikt, is die nodig voor de fiscus. Zij is ook nodig als de auto "echt" privé mag worden gebruikt. In dat geval is de rittenadministratie weliswaar niet vereist voor de fiscus, maar wel voor de gemeente. Voor de berekening van de maandelijkse bijdrage van de ambtsdrager is namelijk van belang het aantal kilometers dat noch zakelijk noch bestuurlijk is verreden. Hiervoor is in beginsel alleen relevant welke ritten "echt" privé zijn, maar voor de controle zal een volledige rittenadministratie vereist zijn. Wanneer de auto zowel zakelijk als bestuurlijk mag worden gebruikt, maar niet “privé", is formeel geen rittenadministratie nodig, omdat in dat geval automatisch fiscale bijtelling volgt. Het is echter goed voorstelbaar dat de gemeente met het oog op de controle toch betrokkene vraagt een volledige rittenadministratie bij te houden.: uitsluitend zakelijk: geen forfaitaire bijtelling; zakelijk en bestuurlijk: de eventuele belastingheffing die voortvloeit uit de forfaitaire bijtelling wordt vergoed; zakelijk en bestuurlijk en ”echt” privé: de eventuele belastingheffing die voortvloeit uit de forfaitaire bijtelling wordt niet vergoed en betrokkene betaalt een eigen bijdrage per maand voor de “echte” privékilometers. De zakelijke en bestuurlijke kilometers komen ten laste van de gemeente. In bijlage 3 is het bovenstaande in stroomschema 3a verduidelijkt. De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum van uitgifte.

Rechtspraak bij dit artikel