Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Auto voor gemeenschappelijk gebruik en/of auto op afroep

Onderdeel van Circulaire Specifieke aandachtspunten Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor gemeenten· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 20 december 2019

Bij gebruik van een auto voor gemeenschappelijk gebruik en/of een auto op afroep is er in het rechtspositiebesluit nu maar één optie: uitsluitend zakelijk gebruik en dus geen fiscale bijtelling2Mits dit blijkt uit de rittenadministratie of er fiscaal geen sprake is van een ter beschikking gestelde auto (zie hieronder).. Dit staat uitdrukkelijk in de tweede volzin van het tweede lid van artikel 3.2.10 van het rechtspositiebesluit. Voor deze strikte lijn is gekozen vanwege de mogelijke fiscale gevolgen. Deze zijn beschreven in noot 12 van de circulaire van 28 november 2018, maar, kort gezegd, werd de mogelijkheid dat ieder lid van het college een bijtelling zou krijgen voor het gebruik van één gemeenschappelijke auto, ongewenst geacht. Onlangs is gebleken dat het bij gemeenschappelijk gebruik van de ter beschikking gestelde auto en/of een auto op afroep fiscaal genuanceerder kan liggen dan bij de totstandkoming van het rechtspositiebesluit werd aangenomen. De Belastingdienst heeft een handreiking opgesteld waarin op een groot aantal aspecten van de ter beschikking gestelde auto wordt ingegaan. Zie https://download.belastingdienst.nl/belastingdienst/docs/handreiking_pga_lh0621z1fd.pdf. Deze handreiking en het Handboek Loonheffing (hoofdstuk 21). In algemene zin kan wel op het volgende worden gewezen. Ten eerste is er de definitie van terbeschikkingstelling van een auto. Terbeschikkingstelling aan een ambtsdrager houdt in dat die voor kortere of langere tijd de feitelijke macht over de auto uitoefent of kan uitoefenen. Dit betekent dat de ambtsdrager niet alleen de mogelijkheid heeft de auto te (laten) besturen, maar ook kan bepalen voor welke doeleinden hij of zij de auto gebruikt. Blijft de feitelijke beschikkingsmacht over de auto bij de gemeente dan is geen sprake van een aan de ambtsdrager ter beschikking gestelde auto. De feitelijke beschikkingsmacht blijft bij de gemeente als de werknemer de auto alleen kan gebruiken voor een gerichte opdracht van de gemeente. De vraag wie de feitelijke beschikkingsmacht heeft wordt materieel beantwoord. Dat wil zeggen dat niet zozeer de formele aspecten van belang zijn, maar dat het gaat om de realiteitswaarde van wat partijen zijn overeengekomen en om de feitelijke uitvoering daarvan. Ten tweede is voor de vraag of er sprake is van een terbeschikkinggestelde auto bepalend of de ambtsdrager te allen tijde en onverkort ten laste van de gemeente kan beschikken over een auto. Dit kan ook gelden als die auto voor gemeenschappelijk gebruik is bedoeld. Er is namelijk ook sprake van een ter beschikking gestelde auto in fiscale zin wanneer een gemeente zorgdraagt voor één of meer auto’s voor gemeenschappelijk gebruik en daarbij de toezegging doet dat er altijd een auto op afroep bij een gecontracteerde vervoerder beschikbaar zal zijn indien die gemeenschappelijke auto(s) op een bepaald moment bezet is of zijn. Het aantal auto’s dat een gemeente in eigen beheer heeft ten behoeve van het college of het feit dat er verschillende types auto’s3Indien er sprake is van verschillende typen auto’s geeft paragraaf 21.3.11, voorbeeld 4, van het Handboek Loonheffing hier de methodiek aan: de bijtelling wordt tijdsevenredig toegepast over de ter beschikking gestelde auto’s. zijn, is dus in dit verband niet relevant. Het gaat erom welke afspraken zijn gemaakt ten aanzien van het recht ten laste van de gemeente een auto te gebruiken, en het feitelijk gedrag (worden de afspraken ook nagekomen?). In zo’n geval geldt dat aan de ambtsdrager fiscaal een auto ter beschikking is gesteld. In dat geval moet er een fiscale bijtelling in aanmerking worden genomen tenzij uit de rittenadministratie van de desbetreffende auto’s blijkt dat de ambtsdrager met de auto minder dan 500 niet-zakelijke4Dit is de fiscale omschrijving. In rechtspositionele zin gaat het hier om 500 bestuurlijke en/of privé-kilometers. kilometers heeft gereden. Indien er wel één of meer auto’s voor gemeenschappelijk gebruik zijn aangewezen maar er een bepaalde rangorde geldt of de afspraak “wie het eerst komt, die het eerst maalt”, is er géén toezegging dat er voor het desbetreffende collegelid te allen tijde een auto beschikbaar zal zijn ten laste van de gemeente5Hierbij wordt ervan uitgegaan dat het feitelijk gebruik geen terbeschikkingstelling oplevert, omdat een betrokkene in strijd met de afspraken de auto continu in gebruik heeft.. In dat geval is er dus fiscaal gezien géén sprake van een ter beschikking gestelde auto en wordt er geen forfaitaire bijtelling toegepast. Dat betekent dat per rit per persoon moet worden beoordeeld of er sprake is van een onbelaste zakelijke reis of van belast loon in natura. In dat laatste geval worden de bestuurlijke en/of privé-kilometers belast naar de werkelijke waarde van de auto op basis van het feitelijk gebruik door de ambtsdrager. Wanneer gemeenten een goede rittenadministratie bijhouden per ambtsdrager en per auto, gekoppeld aan de agenda’s van de ambtsdragers, blijken de ongewenste fiscale complicaties te kunnen worden ondervangen. Onder die omstandigheden is er geen noodzaak voor een uitzondering ten opzichte van andere wijzen van terbeschikkingstelling van auto’s. Het voornemen is dan ook om de tweede volzin van het tweede lid van artikel 3.2.10 van het rechtspositiebesluit te schrappen. Daarmee wordt bestuurlijk en privégebruik van een gemeenschappelijke auto en/of de auto op afroep ook mogelijk, maar wel onder de gestelde fiscale voorwaarde van een sluitende rittenadministratie. In bijlage 3 is in de stroomschema’s 3b en 3c verduidelijkt wat de verschillende effecten zijn als een auto voor gemeenschappelijk gebruik wel of niet fiscaal wordt aangemerkt als een terbeschikkinggestelde auto. Dit voornemen moet nog formeel in de regelgeving worden opgenomen. Omdat deze regelgevingsprocedure tijd vergt, zal dit met terugwerkende kracht moeten gebeuren. Vooruitlopend op het formeel van kracht worden hiervan, wordt u door middel van deze circulaire geïnformeerd over de voorgenomen wijziging op dit vlak voor burgemeesters en wethouders. U kunt, voor zover van toepassing, nu al uitgaan van dit recht. De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel