Voor woon-werkverkeer van raads- en commissieleden is een vaste (netto) vergoeding per maand mogelijk conform de in het Handboek loonheffingen vermelde systematiek. In paragraaf 21.1.2 van het Handboek is dat uitgeschreven, ook voor werknemers die een reisgedrag hebben waarin zij minder dan vijf keer per week reizen. Dit is een fiscale mogelijkheid. Daar hoeft geen gebruik van te worden gemaakt.
De regeling geldt uitsluitend voor de loonheffingen. Dus voor werknemers, maar ook voor raadsleden en commissieleden, die samen met de gemeente voor het toepassen van het loonheffingsregime hebben gekozen (fictief werknemers).
Deze systematiek voor woon-werkverkeer is niet mogelijk voor raads- en commissieleden die niet geopteerd hebben voor het loonbelastingregime. Voor de belastingheffing zijn die namelijk resultaatgenietenden. Voor hen gelden bij de aangifte inkomstenbelasting de bepalingen van het winstregime. Voor de gemeente is aan het uitbetalen van reiskostenvergoedingen aan raads- en commissieleden die niet geopteerd hebben, uitsluitend de meldingsplicht van de uitbetaalde bedragen gekoppeld. De gemeente hoeft dus ook niet te toetsen of de vergoeding fiscaal bovenmatig is. De raads- en commissieleden dienen zelf de vergoedingen als winst te verantwoorden en kunnen de werkelijke kilometers tegen 19 cent per km als kostenpost bij de winstberekening opnemen. Dit is een direct gevolg van de keuze die betrokkene heeft gemaakt ten aanzien van zijn of haar fiscale status.
Hiermee is het voor woon-werkverkeer (woning-gemeentehuis) van raadsleden en commissieleden die (fictief) werknemer zijn, nu duidelijk dat er een administratief sterk vereenvoudigde oplossing is. Deze oplossing was overigens ook al mogelijk voor burgemeesters en wethouders.
De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
Voor dienstreizen (reizen in verband met de vervulling van de functie) is bewust gekozen voor een vergoeding per reis en niet voor een forfaitair bedrag. Een forfaitair bedrag zou arbitrair zijn voor wat in wezen een onkostenvergoeding is voor reizen die betrokkene maakt in verband met de functie.
Voor de dienstreizen van raadsleden en wethouders binnen de gemeente bestaat dus geen andere mogelijkheid dan het declareren. Alleen burgemeesters hebben de mogelijkheid van artikel 3.7 van de regeling Rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers: de keuze tussen declareren of een vaste vergoeding (die via de werkkostenregelingssystematiek in de loonheffing wordt betrokken).
Of een burgemeester, wethouder raads- of commissielid een bepaalde reis aanmerkt als een dienstreis, is de eigen verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdrager. Betrokkene dient te motiveren waarom hij of zij deze reizen declareert als zijnde reizen ten behoeve van de functie. Betrokkene staat voor zijn of haar declaratie. Natuurlijk kunnen declaraties gebundeld worden aangeleverd om de administratieve afhandeling te vereenvoudigen, maar dit doet niet af aan de motiveringsplicht van betrokkene per reisbeweging.
Ook het feit dat er geen gezagsverhouding bestaat tussen gemeente en raads- of commissieleden, doet er niet aan af dat het raads- of commissielid op grond van de rechtspositionele regels moet aantonen dat de gedeclareerde reiskosten gemaakt zijn ten behoeve van de functie. Dat aantonen is niet de verantwoordelijkheid van de gemeente. De gemeente moet voor de loonheffingen als inhoudingsplichtige wel aan de fiscus aannemelijk kunnen maken dat die reiskosten zakelijk waren, wil de vergoeding ervan onbelast kunnen geschieden. Daarbij mag zij in beginsel uitgaan van de motivering van de ambtsdrager, tenzij die erg onwaarschijnlijk is of in strijd met de regels. De gemeente toetst dus marginaal.
De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
Artikel 7
Reis- en verblijfskosten raads- en commissieleden binnen de gemeente
Onderdeel van Circulaire Specifieke aandachtspunten Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor gemeenten· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 20 december 2019