De Minister voor Medische Zorg (hierna: Minister) stelt op grond van artikel 41 van de Wet BIG, voor elk daarvoor in aanmerking komend beroep een commissie van deskundigen in, die tot taak heeft hem van advies te dienen ten aanzien van het verlenen van een erkenning van beroepskwalificaties. Deze commissie heet de Commissie Buitenslands Gediplomeerden Volksgezondheid (hierna: de Commissie).
De Commissie beoordeelt aan de hand van de door de aanvrager overgelegde bewijsstukken of er wezenlijke verschillen zijn tussen de gevolgde (beroeps)opleiding en de Nederlandse (beroeps)opleiding en als dat zo is of deze zijn overbrugd door latere opleiding en werkervaring.
De Minister kan, op grond van het advies van de Commissie, concluderen dat de beroepskwalificaties van de betrokken aanvrager in vergelijking met de betreffende Nederlandse opleiding gelijkwaardig zijn of dat er wezenlijke verschillen zijn. Indien de beroepskwalificaties gelijkwaardig worden geacht, verleent de Minister de erkenning van deze beroepskwalificaties. Indien sprake is van wezenlijke verschillen kan de Minister compenserende maatregelen verlangen. Dit kan een aanpassingsstage of proeve van bekwaamheid zijn. Op grond van artikel 11, vijfde lid, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties is de proeve van bekwaamheid voor bepaalde beroepen geen optie.
De aanpassingsstage dient in Nederland plaats te vinden onder verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar. Een aanpassingsstage op de BES-eilanden is hierbij uitgesloten. Bij de beroepen waarvoor een wettelijk erkend register is ingesteld, als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIG (artikel 3-beroepen), moet deze beroepsbeoefenaar ongeclausuleerd in het BIG-register van het betreffende beroep zijn ingeschreven. In het geval van een beroep waarvoor een beschermde opleidingstitel geldt in de zin van artikel 34 of van een experiment-beroep in de zin van artikel 36a van de Wet BIG, moet hij in het bezit zijn van een Nederlands diploma dat recht geeft op het voeren van de betreffende opleidingstitel, dan wel van een verklaring van vakbekwaamheid of erkenning van beroepskwalificaties. Bovendien mag tegen hem geen bevoegdheidsbeperking van kracht zijn. Voorts mag hij geen echtgenoot, geregistreerde partner, bloed- of aanverwant van de aanvrager zijn.
De Minister bepaalt in het besluit een termijn waarbinnen de aanvrager na de uitnodiging daartoe de proeve van bekwaamheid moet hebben afgelegd. De aanvrager heeft de mogelijkheid, indien hij niet voor de proeve is geslaagd, deze één keer te herkansen. De Minister bepaalt in het besluit een termijn waarbinnen de aanvrager na de uitnodiging daartoe deze tweede proeve van bekwaamheid moet hebben afgelegd. Indien de aanvrager niet voor de proeve slaagt, is niet alsnog een aanpassingsstage mogelijk.
Artikel 1
Aanvraag erkenning van beroepskwalificaties (algemeen stelsel)
Onderdeel van Beleidsregels erkenning van beroepskwalificaties en verklaring van vakbekwaamheid beroepen in de individuele gezondheidszorg· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 18 mei 2020