Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.17

DKG GGZ

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2021· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 24 oktober 2020

Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG GGZ per zorgverzekeraar op: de indeling in DKG GGZ klassen 2021 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in bijlage 9 van deze Beleidsregels; de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2020 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd Burgerservicenummer van alle prestaties generalistische Basis-GGZ in 2018 en van alle dbc’s GGZ en zzp’s GGZ die in 2018 geopend zijn; de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2019 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd Burgerservicenummer van dbc’s GGZ en zzp’s GGZ die in 2017 geopend zijn; de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2018 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd Burgerservicenummer van dbc’s GGZ die in 2016 geopend zijn. Het Zorginstituut koppelt op basis van het gepseudonimiseerde Burgerservicenummer de opgaven, bedoeld in het vorige lid, aan het VPPKB 2019. Het Zorginstituut bepaalt op basis hiervan en met inachtneming van bijlage 9 van deze Beleidsregels per verzekerde in welke DKG GGZ klasse de verzekerde valt. Als een verzekerde in meer DKG GGZ klassen valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de hoogste voor hem toepasselijke klasse in. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium DKG GGZ de trendtabel voor dit criterium toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling. Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het VPPKB 2019 voor het eerst voorkomen per DKG GGZ klasse de gemiddelde prevalentie voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het VPPKB 2019 toe. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2020 en past hierop een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. Als een verzekerde niet in een klasse ‘1’ tot en met ‘18’ van het criterium DKG’s GGZ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ in. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s GGZ naar de macroverzekerdenraming.

Rechtspraak bij dit artikel