Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.16

FKG GGZ

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2021· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 24 oktober 2020

Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG GGZ per zorgverzekeraar op: de indeling in FKG GGZ klassen 2021 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in bijlage 8 van deze Beleidsregels; de opgave per 1 juni 2020 van declaraties farmaceutische hulp 2019 per gepseudonimiseerd Burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. Het Zorginstituut koppelt de declaraties, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met behulp van het gepseudonimiseerde Burgerservicenummer aan het PKB 2020 en bepaalt op basis hiervan met inachtneming van artikel 9, zesde lid, van de Regeling en bijlage 8 van deze Beleidsregels, in welke FKG GGZ klassen de verzekerde wordt ingedeeld. Aan de verzekerde koppelt het Zorginstituut een zwaarte van 1 voor de betreffende klassen. Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium FKG GGZ 2021 de trendtabel voor dit criterium toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, genoemd in het tweede lid, met de toepasselijke trendfactor uit de trendtabel. Het Zorginstituut past voor verzekerden die in het PKB 2020 voor het eerst voorkomen per FKG GGZ klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PKB toe. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ in. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG GGZ naar de macroverzekerdenraming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel