**1.** De gemeente legt aan Onze Minister verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze zoals is bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
**2.** Voor de activiteiten genoemd in artikel 3, eerste lid, onder c, voert de gemeente de daadwerkelijk gemaakte kosten op voor de financiële verantwoording.
**3.** Voor de activiteiten genoemd in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, b, en d, worden normbedragen gehanteerd die de gemeente opvoert voor de financiële verantwoording. Voor de activiteit genoemd in artikel 3, eerste lid, onder d, geldt voorts dat indien nazorg onderdeel is van de activiteiten genoemd onder artikel 3, eerste lid, onder c, de daadwerkelijke gemaakte kosten worden opgenomen in de financiële verantwoording. De volgende normbedragen worden gehanteerd:
registratie van gedupeerde, eerste contact en inventarisatie van de hulpvragen: 380 euro;
opstellen van een plan van aanpak en begeleiding van de gedupeerde: 3.468 euro;
verrichten van nazorg: 2.244 euro.
**4.** Indien de verantwoording, zoals bedoeld in het eerste lid, naar het oordeel van Onze Minister onvoldoende informatie bevat over de ondernomen activiteiten en de gedane uitgaven, stelt Onze Minister binnen acht weken na de ontvangst van die verantwoording de gemeente binnen een door hem gestelde termijn in de gelegenheid die verantwoording aan te vullen.
Artikel 7
Verantwoording
Onderdeel van Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 27 november 2020