Het OM is verantwoordelijk voor de verstrekking van voor tenuitvoerlegging vatbare strafrechtelijke beslissingen aan de minister. Het betreft rechterlijke beslissingen en strafbeschikkingen en ‘dus alle straffen, bijkomende straffen en maatregelen waaraan een uitvoeringscomponent vastzit.’3Kamerstukken II 2014/15, 34 086, 3, p. 66–67. In de strafrechtsketen is afgesproken welke beslissingen verder onder het bereik van de wet vallen. Hieronder vallen in ieder geval ook beslissingen over de voorlopige hechtenis, transacties en voorwaardelijke modaliteiten.
Het OM spant zich ervoor in om beslissingen voortvarend te verstrekken. Het OM is gehouden om uiterlijk veertien dagen “nadat deze voor ten uitvoerlegging vatbaar is geworden” de beslissing te verstrekken aan de minister, dat wil zeggen binnen veertien dagen nadat de betreffende beslissing is genomen door of namens het OM of binnen veertien dagen nadat een strafrechtelijke beslissing is ontvangen van de rechterlijke instantie. Er hoeft dan nog geen sprake te zijn van onherroepelijkheid of feitelijke mogelijkheid om de beslissing ten uitvoer te leggen. Na aanlevering van de beslissing zijn de minister en onder hem ressorterende uitvoeringsorganisaties verantwoordelijk voor de feitelijke tenuitvoerlegging van de beslissing, inclusief de vaststelling dat aan alle wettelijke vereisten voor executie (bijv. onherroepelijkheid) is voldaan.
Het OM voert voorafgaand aan de verstrekking van rechterlijke beslissingen een beperkte administratieve controle uit. In beginsel levert het OM enkel de beslissing aan. In voorkomende gevallen voorziet het OM de minister van het advies van de rechter over de tenuitvoerlegging (6:1:1, derde lid Sv) en eventueel van het advies van het OM (zie hoofdstuk 3).
Artikel 2
Verstrekken van beslissingen
Onderdeel van Aanwijzing kader voor tenuitvoerlegging· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2021