Het OM heeft de bevoegdheid om de minister te adviseren over de wijze van tenuitvoerlegging (art. 6:1:10 Sv). Een dergelijk advies wordt doorgaans gegeven rond het verstrekken van de voor tenuitvoerlegging vatbare strafrechtelijke beslissing aan de minister, waarbij een straf of maatregel is opgelegd. Het OM kan besluiten op een later moment alsnog een advies uit te brengen of een uitgebracht advies aan te vullen, indien omstandigheden tijdens de tenuitvoerlegging daartoe aanleiding geven. De minister kan het OM hier ook om verzoeken (art. 6:1:10, tweede lid, Sv).
Het advies kan inhoudelijk (gemotiveerd) zijn, maar kan ook bestaan uit het advies aan de uitvoering om het OM op een bepaald later moment te benaderen.4Het advies heeft in die gevallen een vergelijkbare functie als de aantekening van het OM als bedoeld in de (voormalige) penitentiaire wet- en regelgeving (executie-indicator). Een inhoudelijk advies is bedoeld om inzichten en omstandigheden uit de fase van opsporing, vervolging en berechting, waarover het OM als enige beschikt en die mogelijk relevant zijn voor de tenuitvoerlegging, onder de aandacht van de minister te brengen.5Het OM levert informatie voor zover deze exclusief bij het OM bekend is. Informatie die de minister zelf uit verschillende bronnen kan ontsluiten (bijv. door de onder zijn gezag ressorterende uitvoeringsorganisaties), zal het OM niet opnemen. Het advies hoeft geen aanbeveling te bevatten; het kan eenvoudigweg bestaan uit te delen (context-)informatie.
Indien een advies is gegeven wordt het OM altijd benaderd bij een eventueel gratieverzoek in de betreffende zaak (art. 5, vierde lid, Gratiewet). Voor de advisering in het kader van gratie wordt verwezen naar hoofdstuk 7 van deze aanwijzing.
Het OM draagt bij aan een snelle en zekere tenuitvoerlegging. Daarbij respecteert het de wettelijke verantwoordelijkheidsverdeling en positie van partners in de strafrechtsketen. Zo is het plaatsen van veroordeelden, alsmede het verlenen van verloven en vrijheden aan gedetineerden de verantwoordelijkheid van de minister, directeur van de penitentiaire inrichting of selectiefunctionaris. Hetzelfde geldt voor het verlenen van noodzakelijke (forensische) zorg. Het is verder vanzelfsprekend dat sommige straffen of maatregelen om alertheid van de uitvoeringsketen vragen (bv. ISD, jeugddetentie); het OM hoeft dat niet expliciet onder de aandacht van de minister te brengen.
In de regel beperkt het OM zich in de advisering over de tenuitvoerlegging tot opsporings- en vervolgingsbelangen (lopende zaken) en de bescherming van het slachtoffer resp. de maatschappij (algemene veiligheid van personen of goederen, verstoring van de rechtsorde). De adviesbevoegdheid van het OM dient beperkt te worden opgevat. Het OM adviseert uit eigen beweging enkel in die gevallen waarin
het OM het met het oog op zijn magistratelijke taken noodzakelijk acht om (later) betrokken te worden bij de tenuitvoerlegging en/of
het OM van oordeel is dat het informatie (over specifieke risicofactoren), met name bij ernstige strafbare feiten met een grote maatschappelijke impact, heeft waarover andere organisaties niet beschikken en die het ten behoeve van de tenuitvoerlegging wil delen met de minister.
In beginsel wordt alleen inhoudelijk geadviseerd bij veroordelingen tot onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen van meer dan 1 jaar en bij opgelegde tbs/pij-maatregelen. Het advies is dan mede gericht op de (in een later stadium) te verlenen vrijheden en bij de voorwaardelijke invrijheidstelling mogelijk door het OM op te leggen bijzondere voorwaarden.6De omstandigheden en aandachtspunten die de zaaksofficier in zijn advies over de tenuitvoerlegging meegeeft, kunnen in een later stadium door het OM worden betrokken bij afwegingen in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling. De bevoegdheid tot het stellen van bijzondere voorwaarden bij de voorwaardelijke invrijheidstelling ligt bij het OM.
Bij de advisering wordt in het bijzonder alertheid gevraagd op
ernstige JGZ-delicten (kindermishandeling, huiselijk geweld, zeden), ernstige geweldsdelicten en mensenhandel,
evt. specifieke risicofactoren rond de persoon van de veroordeelde:
diens persoonlijke situatie en strafrechtelijk verleden, voor zover deze een hoog veiligheidsrisico met zich meebrengen (kans op recidive, radicalisering, vluchtgevaar, etc.),
diens psychische gesteldheid, met name indien deze duidt op een mogelijk gevaar voor de openbare veiligheid (voor zover geen sprake is van tbs met dwangverpleging)7Bij de verlofverlening tijdens de tbs met dwangverpleging is het OM niet betrokken. Dit is een exclusieve verantwoordelijkheid van de minister en het onafhankelijke Adviescollege Verloftoetsing tbs.,
een opgelegde maatregel ex 38z Sr,
omstandigheden die volgens het OM relevant zijn voor het inschatten van risico’s op schending van de belangen van slachtoffers of nabestaanden.
Het voorgaande laat onverlet dat in uitzonderlijke gevallen toch uit eigen beweging wordt geadviseerd, indien de officier van justitie of advocaat-generaal daartoe aanleiding ziet. Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn wanneer er voor het OM zwaarwegende redenen aanwezig zijn om op de hoogte te worden gehouden van het verloop van de tenuitvoerlegging of wanneer het OM te zijner tijd wenst te adviseren over gratie. Het staat de officier van justitie of advocaat-generaal verder vrij om voorkomende meer praktische aspecten in het advies te benoemen.
De uitgangspunten gelden in de basis ook wanneer (later) gevraagd wordt te adviseren.
De advisering kan betrekking hebben op de detentie(fasering). In aanvulling op het bovenstaande geldt hiervoor het volgende:
Zolang er sprake is van voorlopige hechtenis, ook tijdens appel of cassatie, wordt het OM per definitie door DJI betrokken bij het verlenen van verloven en vrijheden.8Conform art. 3, tweede lid, Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting (Rtvi). Een voorlopig gehechte verdachte die nog niet is veroordeeld in eerste aanleg komt alleen in aanmerking voor incidenteel verlof. Incidenteel verlof kan door DJI worden verleend in geval van bijzondere omstandigheden. DJI kan daarbij bewaking voorschrijven. Over de aanvragen voor incidenteel verlof aan de voorlopig gehechte gedetineerde moet DJI advies vragen aan het vervolgend parket. Ná veroordeling in eerste aanleg, in appel of cassatie, kunnen voorlopig gehechte gedetineerden ook in aanmerking komen voor detentiefasering: andere vormen van verlof dan incidenteel verlof en deelname aan een penitentiair programma. Omdat zij echter nog steeds verdachte zijn zal het OM ook dan door DJI om advies gevraagd moeten worden. De adviesaanvraag wordt in dat geval gericht aan het vervolgend ressortsparket.
Buiten de voorlopige hechtenis wordt het OM in de regel later enkel betrokken bij het verlenen van verloven en vrijheden, indien de wens om benaderd te worden eerder in een advies (art. 6:1:10 Sv) is opgenomen of indien de executie-indicator is geplaatst (zie 3.4).
Het OM zal niet in alle zaken een advies uitbrengen. Uit het ontbreken van een (inhoudelijk) advies mag niet worden afgeleid dat risico’s nihil zijn en de veiligheid geborgd is. De minister (of betrokken functionaris) is verantwoordelijk voor in de tenuitvoerlegging te nemen beslissingen. Het is aan de minister (of betrokken functionaris) om een risicotaxatie te maken en eventuele adviezen te betrekken bij de afweging. De minister kan het advies van OM (evenals van ZM) ook naast zich neerleggen.
Na inwerkingtreding van de wet USB is de executie-indicator voor nieuwe zaken komen te vervallen. Een eerder geplaatste executie-indicator blijft van kracht tot een advies is gegeven. Voor de advisering gelden bovenvermelde uitgangspunten.
Artikel 3
Adviseren
Onderdeel van Aanwijzing kader voor tenuitvoerlegging· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2021