Uitgangspunt is dat, vanwege de ernst van het plegen van geweld in afhankelijkheidsrelaties en de bestraffing die daarbij passend is, bij zaken van huiselijk geweld wordt gedagvaard. Zaken die voor een gedragsaanwijzing in een strafbeschikking in aanmerking komen, zijn zaken waarin sprake is van het ontbreken van letsel, dan wel (heel) licht letsel, het ontbreken van een dreiging van nieuw geweld, een eerste incident en/of een berouwvolle dader die hulp zoekt en aanvaardt.
Bij plegers van huiselijk geweld is vaak sprake van een achterliggende problematiek; bijvoorbeeld van psychische en psychiatrische problemen en/of transgene rationele overdracht van geweld en/of problemen in de agressieregulatie en/of verslavingsproblemen. Uitgangspunt is dat het geweld moet stoppen, waarbij aldus de veiligheid in het gezinssysteem of het huishouden voorop moet staan. Vandaar dat er zo veel mogelijk middels een voorwaardelijke strafdeel met bijzondere voorwaarden bij vonnis of een aanwijzing in een strafbeschikking voor moet worden gezorgd dat aan de aanwezige achterliggende problematiek wordt gewerkt. Er moet worden geleid naar toezicht door de reclassering, in combinatie met het volgen van een training, erkende gedragsinterventie of een ambulante behandeling of begeleiding.
Artikel 2
Algemeen
Onderdeel van Richtlijn voor strafvordering huiselijk geweld· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2021