Bij het vorderen van tbs bij vreemdelingen van wie vaststaat of aannemelijk is dat zij niet rechtmatig in Nederland kunnen verblijven na afloop van de tbs-maatregel is een grote mate van terughoudendheid geboden. Voor zover er goede alternatieven zijn voor het beveiligen van de samenleving dient te worden afgezien van het vorderen van de tbs-maatregel. Dit zal mede afhangen van de mate van toerekeningsvatbaarheid van een verdachte vreemdeling. Bij (verminderd) toerekeningsvatbare vreemdelingen kan in sommige gevallen het vorderen van een gevangenisstraf voldoende recht doen aan de beveiliging van de maatschappij. Bij een vreemdeling die (sterk) verminderd of volledig ontoerekeningsvatbaar is, zal eerder het vorderen van een tbs-maatregel aangewezen zijn.
Indien er geen redelijk alternatief voorhanden is en derhalve toch een tbs-maatregel wordt gevorderd, dan zal in de regel tbs met verpleging van overheidswege aan de orde zijn. Let op: tbs met voorwaarden zal bij deze groep namelijk vaak op praktische bezwaren stuiten. Het naleven van in dat kader gestelde voorwaarden kan bemoeilijkt of zelfs onmogelijk worden (of reeds zijn) door een eventuele ongewenstverklaring of eventueel inreisverbod op een later moment. Zo is bijvoorbeeld het vinden van werk en woonruimte niet goed mogelijk evenals het afsluiten van een zorgverzekering. Ook is een beëindiging op grond van artikel 6:2:18 of 6:6:10b Sv alleen mogelijk bij een tbs met verpleging van overheidswege.
Als voldaan is aan de criteria van artikel 37a Sr, kan een tbs gevorderd worden. Tbs-oplegging is mogelijk bij volledig toerekeningsvatbaren5Zie: ECLI:NL:HR:2006:AU5496. De wet stelt niet als vereiste dat (minimaal) van verminderde toerekeningsvatbaarheid sprake moet zijn voor het opleggen van de tbs-maatregel., verminderd toerekeningsvatbaren en ontoerekeningsvatbaren. Bij deze eerste twee categorieën kan daarnaast tevens een gevangenisstraf opgelegd worden (combinatiestraf).
Bij het vorderen van een tbs-maatregel bij vreemdelingen zijn de volgende punten van belang:
De officier van justitie die overweegt de tbs van een vreemdeling te vorderen, vraagt voorafgaand aan het onderzoek ter terechtzitting informatie op bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) over diens verblijfsstatus, ook wanneer de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft. Immers een onherroepelijk opgelegde tbs-maatregel (al dan niet in combinatie met een gevangenisstraf) kan bij vreemdelingen consequenties hebben voor hun verblijfsstatus. Ingevolge het vreemdelingenrecht kan dit aanleiding zijn voor het intrekken van de verblijfsvergunning en/of het opleggen van een inreisverbod, of (bij EU-onderdanen) voor het ongewenst verklaren.
Volgens de zogenoemde ‘glijdende schaal’, waarin de ernst van het strafbare feit (in combinatie met de duur van de opgelegde straf of maatregel) en de duur van het rechtmatig verblijf tegen elkaar zijn afgezet, wordt bepaald wanneer een verblijfsvergunning kan worden ingetrokken. De intrekking van een verblijfsvergunning gaat in veel gevallen gepaard met oplegging van een inreisverbod. Gegeven de ‘glijdende schaal’ kan ook na jaren van tbs-behandeling nog een ongewenstverklaring of inreisverbod volgen. Wanneer tijdens de tbs-behandeling een vreemdeling zijn rechtmatig verblijf verliest, vervalt daarmee ook zijn eventuele verlofstatus met bijbehorende vrijheden. De informatie van de IND waarin de mogelijke gevolgen van een veroordeling worden weergegeven dient te worden toegevoegd aan het strafdossier.
Wanneer de officier van justitie overweegt om bij een vreemdeling met rechtmatig verblijf tbs met voorwaarden te vorderen of wanneer de rechter opdracht tot een maatregel rapportage heeft gegeven, dan verstrekt de officier van justitie de informatie van de IND aan de reclassering met het verzoek om in de maatregelrapportage in te gaan op de uitvoerbaarheid in het geval dat het verblijfsrecht van de vreemdeling in de toekomst zou worden ontnomen.
De tenuitvoerlegging van de tbs-maatregel (al dan niet gecombineerd met een gevangenisstraf) kan in bepaalde gevallen worden overgedragen aan het land van herkomst van de tbs-gestelde op basis van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS) of de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (WETS)6Dat hangt ervan af of het betreffende land van herkomst verdragsrechtelijk gebonden is aan de WOTS of de WETS en of dat land een voorziening kent vergelijkbaar met de tbs-maatregel.. De officier van justitie kan reeds voorafgaand aan het onderzoek ter terechtzitting bij de afdeling Internationale Overdracht Strafvonnissen (IOS) van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) informatie opvragen over de mogelijkheden in het concrete geval.
Omdat bij de verlenging van de te vorderen tbs aan de orde zal komen of sprake is van delictgevaar bij een eventuele terugkeer naar het land van herkomst, zal tijdens de behandeling in het FPC onderzocht worden of in het betreffende land passende opvang en/of hulpverlening aanwezig is (zie § 3.1 hierna). Indien de officier van justitie deze informatie ook reeds bij het vorderen van de tbs van belang acht, kan hij daarover informatie inwinnen bij DJI. FPC Veldzicht, FPC Dr. S. van Mesdag en FPC de Pompestichting zijn gespecialiseerd in de behandeling van vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in de tbs en hun repatriëring. Indien het zicht op een passende voorziening in het land van herkomst ten tijde van de vordering ontbreekt, is dat evenwel op zichzelf geen grond om het vorderen van tbs achterwege te laten.
Vreemdelingen die geen bestendig rechtmatig verblijf (meer) hebben in Nederland in de zin van artikel 8, onder a tot en met e of l, VW 2000 komen niet in aanmerking voor voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.). Bij deze vreemdelingen met een combinatievonnis wordt met de tbs pas een aanvang genomen nadat zij de opgelegde gevangenisstraf in zijn geheel hebben uitgezeten. In de praktijk zijn er meer mogelijkheden tot repatriëring tijdens de tbs dan tijdens de gevangenisstraf. De Minister van Justitie en Veiligheid kan op grond van artikel 6.4 lid 3 Besluit forensische zorg beslissen om de tbs-maatregel eerder te laten aanvangen; de rechter kan de Minister daarover in zijn uitspraak adviseren ex art. 37b lid 2 Sr. In die gevallen waarin het geraden is om de tbs eerder te laten aanvangen, verdient het aanbeveling om aan te sluiten bij de algemene v.i.-regeling en bij het vorderen van een combinatiestraf aan de rechter te verzoeken om de Minister te adviseren de tbs te doen aanvangen na ommekomst van twee derde van de gevangenisstraf.
Artikel 2
Strafvordering
Onderdeel van Aanwijzing tbs bij vreemdelingen· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2021